Bijlage I Regeling beleidsinformatie jeugdzorg 2011: informatieprotocol beleidsinformatie jeugdzorg 2011
Regeling beleidsinformatie jeugdzorg 2011
In de Wet op de jeugdzorg is een kader neergelegd voor het regelen van de beleidsinformatie die nodig is om te komen tot een samenhangend jeugdzorgbeleid (hoofdstuk VII, artikelen 42 tot en met 46). De Ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie, gedeputeerde staten en zorgverzekeraars verwerken daartoe gegevens. In de wet is voorts geregeld wie gegevens moet verstrekken en wie persoonsgegevens mag verwerken. Een aantal zaken is in de wet echter gedelegeerd naar lagere regelgeving, zoals de concrete aanduiding van de gegevens die nodig zijn om een samenhangend jeugdzorgbeleid tot stand te kunnen brengen. Ten aanzien van de beleidsinformatie is in de afgelopen jaren een aantal knelpunten gesignaleerd. Deze problemen zijn tweeledig. Enerzijds zijn er knelpunten waardoor de betrouwbaarheid van de uitvraag onder druk komt te staan; geen eenduidig gehanteerde definities, gegevens die moeilijk uit de registratiesystemen zijn te halen, niet-gebruiksvriendelijke registratie. Anderzijds blijkt de informatie, indien beschikbaar, ook lang niet even bruikbaar te zijn. Gezien deze knelpunten is het noodzakelijk om de uitvraag van beleidsinformatie grondig te herzien. Het project Beter, Anders, Minder (BAM) realiseert sinds 2008 substantiële verbeteringen in de beschikbaarheid, betrouwbaarheid en bruikbaarheid van gegevens over de jeugdzorg. BAM is een samenwerking tussen het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (gestart door het toenmalige ministerie voor Jeugd en Gezin), het ministerie van Veiligheid en Justitie, de Raad voor de Kinderbescherming, het Interprovinciaal Overleg (IPO) en Jeugdzorg Nederland (JN, voorheen MOgroep Jeugdzorg), de brancheorganisatie voor ondernemers in de jeugdzorg. Een belangrijke doelstelling was te komen tot een uitvraag waarbij er door de rijksoverheid ten opzichte van de uitvraag tot nu toe ten minste 25% minder gegevens uitgevraagd zouden worden. Daarom is ervoor gekozen het uit 2005 stammende Besl
- Besluit: het Besluit Beleidsinformatie jeugdzorg 2011;
- gegevens: gegevens als bedoeld in de artikelen 2 tot en met 15 van het Besluit;
- Gegevenswoordenboek: het Gegevenswoordenboek beleidsinformatie jeugdzorg 2011;
- Informatieprotocol: het Informatieprotocol beleidsinformatie jeugdzorg 2011;
- leverende partij: de partij welke de verplichting heeft tot levering van gegevens aan een daartoe bevoegde ontvangende partij conform geldende wet en regelgeving;
- ontvangende partij: de partij welke op basis van geldende wet en regelgeving gegevens ontvangt;
- provincie: een provincie, alsmede het bestuur van een plusregio als bedoeld in artikel 104 van de Wet gemeenschappelijke regelingen waarvan de gemeente Amsterdam, Rotterdam, onderscheidenlijk ’s-Gravenhage deel uit maakt, indien gedeputeerde staten de bevoegdheden betreffende de uitvoering van hun taken in het kader van de jeugdzorg hebben overgedragen aan dat bestuur;
- Rapportageformat: het Rapportageformat beleidsinformatie jeugdzorg 2011;
- Rijk: de ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Veiligheid en Justitie;
- stichting: een stichting die een bureau jeugdzorg in stand houdt;
- wet: de Wet op de jeugdzorg.
- – Per 15 mei levert bureau jeugdzorg de gecorrigeerde rapportage over het gehele jaar t-1 aan de provincie.
- – Per 1 juni levert de provincie de gecorrigeerde rapportage over het jaar t-1 aan het Rijk.
- – Uiterlijk op 15 februari van elk jaar stuurt bureau jeugdzorg de beleidsinformatie over het tijdvak van 1 oktober tot en met 31 december (Q4) van het voorafgaande jaar naar de provincie.
- – Uiterlijk op 1 maart van elk jaar stuurt de provincie de beleidsinformatie naar het Rijk.
- – Uiterlijk op 15 mei van elk jaar stuurt bureau jeugdzorg de beleidsinformatie over het tijdvak van 1 januari tot 1 april van dat jaar (Q1) naar de provincie.
- – Uiterlijk 1 juni van elk jaar stuurt de provincie de beleidsinformatie naar het Rijk.
- – Uiterlijk op 15 augustus van elk jaar stuurt bureau jeugdzorg de beleidsinformatie over het tijdvak van 1 april tot 1 juli van dat jaar (Q2) naar de provincie.
- – Uiterlijk 1 september van elk jaar stuurt de provincie deze gegevens naar het Rijk.
- – Uiterlijk op 15 november van elk jaar stuurt bureau jeugdzorg de gegevens over het tijdvak van 1 juli tot 1 oktober van dat jaar (Q3) naar de provincie.
- – Uiterlijk 1 december van elk jaar stuurt de provincie deze gegevens naar het Rijk.
- – Digitale aanlevering in een door het Rijk vastgesteld standaard elektronisch bestand, zodat alle cellen steeds op dezelfde plek staan en dit zonder tussenbewerking ingelezen kan worden in het gegevensverwerkingssysteem ten behoeve van de beleidsinformatie van het Rijk. Het bestand bevat de tabellen uit het Rapportageformat en wordt door het Rijk beschikbaar gesteld aan de bureaus jeugdzorg en de provincies.
- – De provincies kunnen de gegevens ook zelf via een door het Rijk beschikbaar gestelde webapplicatie invoeren.
- – De bureaus jeugdzorg zijn verantwoordelijk voor de levering van betrouwbare gegevens. De provincies zijn verantwoordelijk voor de controle op volledigheid van de gegevens.
- 1. Autochtoon
- 2. Allochtoon – Niet Westers
- 3. Allochtoion – Westers
- 4. Onbekend
- 1. Zelfstandig
- 2. In één-oudergezin
- 3. In meer-oudergezin
- 4. In adoptief gezin
- 5. Residentieel
- 6. Pleeggezin
- 7. Zwervend
- 8. Anders
- 9. Onbekend
- * Het gaat om de gebeurtenis waarin een persoon of een derde aandacht vraagt voor een jeugdige waarvoor bureau jeugdzorg dient te bezien of deze zorg nodig heeft in verband met opgroei-, opvoed- of psychiatrische problemen, dan wel in verband met problemen van een cliënt, niet zijnde een jeugdige, die het onbedreigd opgroeien van een jeugdige belemmeren. Uitgesloten zijn jeugdigen waarvoor bureau jeugdzorg al casemanagement of een taak jeugdbescherming of jeugdreclassering uitvoert.
- * Alle signalen van derden, ook wel zorgmeldingen genoemd, die leiden tot het uitwisselen van informatie over een mogelijke cliënt, waarbij bureau jeugdzorg heeft bezien of de mogelijke cliënt zorg nodig heeft tellen mee. Het gaat dan niet persé om ‘face-to-face’ contacten met cliënten en/of derden, maar wel om het uitwisselen van informatie over een mogelijke cliënt.
- * Eenmalige contacten in het algemeen en consultatie en advies in het bijzonder dienen eveneens meegeteld te worden bij het aantal aanmeldingen voor zover het contact gaat over mogelijke cliënten om te bezien of een cliënt zorg nodig heeft.
- * Voor een registratie van een contact als aanmelding is het niet relevant of er sprake is of zal zijn van AWBZ-zorg (pgb of natura) of Zvw. Een nieuw contact wordt altijd als aanmelding geregistreerd.
- * Een eenvoudige vraag, zoals het ophalen van een folder etc. wordt NIET als aanmelding geregistreerd omdat bureau jeugdzorg hier niet de taak ‘bezien of een mogelijke cliënt zorg nodig heeft’ uitvoert.
- * Cliënten die reeds bij bureau jeugdzorg cliënt van de jeugdbescherming of jeugdreclassering zijn en waarbij de zorg later start of waarvan de maatregel afloopt, terwijl de zorg doorloopt, worden NIET als aanmelding geregistreerd.
- * Anonieme meldingen en meldingen van een situatie waarbij onvoldoende gegevens beschikbaar zijn om de mogelijke cliënt te kunnen identificeren, worden hier NIET meegeteld.
- * Wanneer de cliënt de 18 jarige leeftijd bereikt heeft en is nog lopend bij bureau jeugdzorg, dan wordt deze cliënt NIET opnieuw als aanmelding geregistreerd.
- * Vervolg binnen bureau jeugdzorg
- * Geen vervolg binnen bureau jeugdzorg: verwijzing voorliggende voorziening
- * Geen vervolg binnen bureau jeugdzorg: informatie en advies
- * Nog geen vervolg bepaald
- * Voor vervolg binnen bureau jeugdzorg is niet relevant of er sprake is of zal zijn van AWBZ-zorg (in de vorm van een pgb of in natura), ook deze worden in de uitvraag meegenomen. Ook is niet relevant of er daarna sprake zal zijn van toeleiding naar het gedwongen kader.
- * Alle aanmeldingen die leiden tot een vervolg binnen bureau jeugdzorg (geaccepteerde aanmelding) worden opgenomen in de eerste rij van deze tabel. Dit is inclusief: In het laatste geval gaat het bijvoorbeeld om cliënten waarvan wel sprake is van een kindonveilige situatie (al dan niet bekend via een signaal van derde), maar waarvoor het (nog) niet nodig is de bevoegdheden van het AMK te gebruiken, (nog) niet nodig is de cliënt aan te melden voor het Casusoverleg Bescherming of het (nog) niet duidelijk is of provinciaal gefinancierde jeugdzorg nodig is.
- – de aanmeldingen die naderhand leiden tot negatieve besluiten;
- – de aanmeldingen waarin een indicatiebesluit niet kan worden afgewacht en er spoedeisende zorg nodig is;
- – de aanmeldingen waarvoor nog niet duidelijk is wat het vervolg zal zijn.
- * Aanmelding die geen vervolg krijgen binnen bureau jeugdzorg omdat door- of terugverwezen wordt naar voorliggende voorzieningen worden opgenomen in de tweede rij (geen vervolg binnen bureau jeugdzorg: verwezen naar voorliggende voorzieningen.
- * Aanmeldingen die geen vervolg binnen bureau jeugdzorg krijgen omdat volstaan kan worden met informatie en advies, waarna de bemoeienis van bureau jeugdzorg wordt afgesloten, worden opgenomen in de derde rij (geen vervolg binnen bureau jeugdzorg: informatie en advies).
- * Is de acceptatie nog niet afgerond (bijvoorbeeld omdat de GCT nog niet helemaal ingevuld is), dan valt de aanmelding in de categorie nog geen vervolg bepaald.
- * Het vervolg op aanmelding betreft alle aanmeldingen waarvan de ‘datum aanmelding’ in de rapportageperiode valt, onderverdeeld naar soort vervolg. Als in de rapportageperiode waarin de aanmelding is gedaan nog geen vervolg is bepaald, wordt deze wel meegenomen in de tabel ‘Vervolg op aanmelding’, namelijk bij de categorie ‘Nog geen vervolg bepaald’.
- 1 Start in het vrijwillige kader
- 2 Start met uitvoering van een jeugdbeschermingsmaatregel
- 3 Start met uitvoering van een jeugdreclasseringsmaatregel
- * Start in het vrijwillige kader is als de jeugdige en zijn of haar ouders zich aanmelden bij bureau jeugdzorg in verband met opvoed- of opgroeiproblemen of dreigende zodanige problemen en bureau jeugdzorg beslist tot een vervolg binnen bureau jeugdzorg (zie ook 3.2.2). Indien een jeugdige binnenkomt in het vrijwillige kader en snel daarna doorstroomt naar de jeugdbescherming, omdat er een melding bij de raad voor de kinderbescherming wordt gedaan, dan valt deze wijze van aanvang nog steeds onder de categorie ‘start in het vrijwillige kader’. Bureau jeugdzorg krijgt in deze de opdracht tot het uitvoeren van haar taak zoals beschreven in artikel 5, lid 1
- * Wanneer er sprake is van ‘start met uitvoering van een maatregel jeugdbescherming’ is er in feite sprake van zij-instroom via de raad voor de kinderbescherming. De cliënt is daarvoor niet eerst bureau jeugdzorg geweest. Bureau jeugdzorg krijgt in deze de opdracht tot het uitvoeren van haar taak zoals beschreven in artikel 10, lid 1, onderdeel a en/of b. .
- * Van ‘start met uitvoering van een jeugdreclasseringsmaatregel’ is sprake als bureau jeugdzorg de opdracht krijgt tot het uitvoeren van haar taak zoals beschreven in artikel 10, lid 1, onderdeel c en/of d.
- 1 Via een beroepsmatige verwijzer:
- – AMK
- – Politie / JCO / veiligheidshuis
- – AMW / JGZ / CJG (ook casuïstiek overleggen)
- – Onderwijs / ZAT
- – RAAK / Meldpunt huiselijk geweld
- – Overigen
- 2 Op eigen initiatief (inclusief ouders/verzorgers)
- 3 Op basis van signalen van derden (zorgmelding)
- * Jeugdhulp thuis
- * Jeugdhulp accommodatie zorgaanbieder individueel
- * Jeugdhulp accommodatie zorgaanbieder groep
- * Verblijf pleegouder deeltijd
- * Verblijf pleegouder 24-uurs
- * Verblijf accommodatie zorgaanbieder deeltijd (dagbehandeling)
- * Verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs
- * Verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs + machtiging gesloten jeugdzorg
- * Observatiediagnostiek
- * GGZ – AWBZ (PGB/zorg in natura)
- * GGZ – Zorgverzekeringswet
- * Artikel 10, lid 3 onder b Wjz: bureau jeugdzorg verleent aan een cliënt ambulante jeugdzorg anders dan jeugdzorg als bedoeld in artikel 5, lid 2 Wjz, nadat bureau jeugdzorg heeft vastgesteld dat de cliënt niet is aangewezen op zorg als bedoeld in artikel 5, lid 2 Wjz.
- 1. Jeugdhulp
- 2. Verblijf accommodatie zorgaanbieder deeltijd
- 3. Verblijf accommodatie zorgaanbieder 24-uurs (exclusief gesloten jeugdzorg)
- 4. Verblijf Pleegzorg
- 5. Verblijf gesloten jeugdzorg
- * De maatregelen ondertoezichtstelling, voogdij of voorlopige voogdij zoals genoemd in artikel 10, eerste lid, onder a of b ,Wjz.
- * Een civiele kinderbeschermingsmaatregel of het uitoefenen van de voogdij en voorlopige voogdij (beide) op basis van een uitspraak van de rechter.
- * Het plan zoals bedoeld in artikel 13, derde lid, Wjz.
- 1. Aan het plan worden eisen gesteld die verwoord staan in het Uitvoeringsbesluit:
- – Artikel 40 (voogdij en voorlopige voogdij)
- – Artikel 43 (ondertoezichtstelling)
- 2. In het plan moet ook de samenhang aangegeven worden met de eventueel te bieden (geïndiceerde) zorg.
- 3. Het plan is afgestemd op de behoeften van de cliënt en na overleg met de cliënt vastgesteld.
- * De maatregel ondertoezichtstelling zoals genoemd in artikel 10, eerste lid 1, onder b, Wjz.
- * Thuis
- * Pleeggezin
- * Residentieel
- * Gesloten jeugdzorg
- * Verblijf GGZ
- * Overigen
- * De maatregel ondertoezichtstelling zoals genoemd in artikel 10, eerste lid, onder b, Wjz.
- * Thuis
- * Pleeggezin
- * Residentieel
- * Gesloten jeugdzorg
- * Verblijf GGZ
- * Overigen
- 1. Bereiken meerderjarigheid jeugdige
- 2. Tussentijdse opheffing
- 3. Niet verlengd
- 4. Gezagsbeëindigende maatregel
- * Thuis
- * Pleeggezin
- * Residentieel
- * Gesloten jeugdzorg
- * Verblijf GGZ
- * Overigen
- 1. Bereiken meerderjarigheid jeugdige
- 2. Voogdij naar pleegouder
- 3. Voogdij naar contactpersoon oftewel burgervoogd
- 4. Herstel gezag
- * Thuis
- * Pleeggezin
- * Residentieel
- * Gesloten jeugdzorg
- * Verblijf GGZ
- * Overigen
- 1. Bereiken meerderjarigheid jeugdige
- 2. Voogdij naar pleegouder
- 3. Voogdij naar contactpersoon oftewel burgervoogd
- 4. Herstel gezag
- * De machtiging tot uithuisplaatsing zoals bedoeld in artikel 261 Boek 1 Burgerlijk Wetboek.
- * Het plan zoals bedoeld in artikel 13, derde lid, Wjz.
- 1. Aan het plan worden eisen gesteld die verwoord staan in het Uitvoeringsbesluit:
- – Artikel 46 (jeugdreclassering)
- 2. In het plan moet ook de samenhang aangegeven worden met de eventueel te bieden (geïndiceerde) zorg.
- 3. Het plan is afgestemd op de behoeften van de cliënt en na overleg me de cliënt vastgesteld.
- * De maatregel jeugdreclassering zoals genoemd in artikel 10, eerste lid, onder c of d, Wjz.
- 1. Code 60: Kennisgeving voorwaardelijke veroordeling / voorwaardelijk sepot (hulp en steun)
- 2. Code 61: Voorwaardelijke invrijheidstelling
- 3. Code 62: Verzoek tot begeleiding van de Raad tijdens en na een taakstraf
- 4. Code 63: Verzoek tot begeleiding na langdurige detentie
- 5. Code 64: Verzoek tot begeleiding gedurende en na kortdurende detentie
- 6. Code 65: Schorsing voorlopige hechtenis
- 7. Code 67: Verzoek tot begeleiding van de Raad of OVJ t.b.v. Strafzitting
- 8. Code 68: Verzoek tot begeleiding na PIJ maatregel
- 9. Code 69: Aanhouding zitting
- 10. Code 70: Individuele trajectbegeleiding Harde Kern
- 11. Code 71: Individuele trajectbegeleiding Criem
- 12. Code 72: Scholing- en Trainingprogramma
- 13. Code 73: Gedragsbeïnvloedende Maatregel
- 14. Code 74: Voorbereiding Gedragsbeïnvloedende Maatregel
- * artikel 11, eerste lid, onderdeel a, Wjz. De definitie van een advies of consult berust op artikel 11, tweede lid, Wjz.
- * Beroepsmatige melder:
- 1. Huisarts
- 2. Ziekenhuis (bijv. kinderarts)
- 3. RAAK / Steunpunt Huiselijk Geweld
- 4. Jeugdgezondheidszorg / Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG)
- 5. AMW
- 6. GGZ
- 7. Politie
- 8. Bureau jeugdzorg
- 9. Zorgaanbieder jeugdzorg
- 10. Onderwijsvoorziening
- 11. Kinderopvang
- 12. Leerplichtambtenaar
- 13. Zorg voor LVG
- 14. Justitie
- 15. Hulpverlening overig
- 16. Overig
- * Niet beroepsmatige melder:
- 17. Jeugdige zelf
- 18. Gezinslid
- 19. Omgeving (familie, buren, kennissen)
- * Onbekend
- * Het onderzoek zoals genoemd in artikel 11, eerste lid, onderdeel a, Wjz.
- * Geen mishandeling
- * Mishandeling niet bevestigd
- * Mishandeling bevestigd
- * Overgedragen aan raad voor de kinderbescherming
- * Overgedragen aan toegang bureau jeugdzorg
- * Overgedragen aan een andere instantie
- * Geen vervolg
- – Eén uitvraag van beleidsinformatie
- – Aansluiten bij de informatiebehoefte van de instellingen zelf
- – Minder uitvraag van items
- – Gegevens over unieke jeugdigen en cliëntstromen
- – Betrouwbare informatie en dus goede definities
- – Betekenisvolle beleidsinformatie, passende bij de visie op en het beleid voor de jeugdzorg
- • Zorgtraject: de periode waarin voortdurende – op grond van één of meerdere aanspraken – provinciaal gefinancierde jeugdzorg wordt geboden aan de jeugdige of zijn/haar ouders/verzorgers door één organisatie Jeugd & Opvoedhulp (zorgaanbieder conform de Wjz; hierna J&O), exclusief gesloten jeugdzorg. Ook als deze jeugdzorg, geleverd door één organisatie Jeugd & Opvoedhulp meer dan één zorgvorm of aanspraken omvat, wordt gesproken over één zorgtraject;
- • Traject jeugdbescherming (JB-traject): de periode waarin voortdurend een of meer maatregelen jeugdbescherming voor de jeugdige van toepassing zijn waarbij aaneensluitende of overlappende maatregelen ondertoezichtstelling en voogdij als één traject jeugdbescherming worden geteld;
- • Traject jeugdreclassering (JR- traject): de periode waarin voortdurend een maatregel jeugdreclassering voor de jeugdige van toepassing is.
- • Via een beroepsmatige verwijzer wordt gekozen als de beroepsmatige verwijzer contact opneemt met bureau(s) jeugdzorg namens de jeugdige of zijn/haar ouders/verzorgers of als de jeugdige of zijn/haar ouders/verzorgers contact opneemt met bureau(s) jeugdzorg en melding maakt van een beroepsmatige verwijzer.
- • Als de jeugdige en/of ouders/verzorgers zelf contact opnemen met bureau(s) jeugdzorg en geen melding maken van een beroepsmatige verwijzer dan wordt gekozen voor ‘Op initiatief van de cliënt’.
- • Als een derde contact opneemt met bureau(s) jeugdzorg en aangeeft geen contact te hebben gehad met de potentiële cliënt of als de potentiële cliënt geen medewerking aan de aanmelding wil verlenen, dan wordt gekozen voor ‘Op basis van signalen van derde (zorgmelding)’. Het gaat bij deze categorie ook om signalen van bureau jeugdzorg, bijvoorbeeld in het kader van een melding over een broertje of zusje van een jeugdige.