Bijlage A Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening: – Productomschrijving en beoordeling (bijlage behorend bij de Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening)
Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening
In de Regeling materialen en chemicaliën drink- en warm tapwatervoorziening (hierna: regeling) wordt ten aanzien van producten onderscheid gemaakt tussen materialen en chemicaliën. Grofweg kan gesteld worden dat onder materialen met name producten vallen die worden toegepast voor constructiedoeleinden, zoals opslag- en leidingsystemen en binneninstallaties, terwijl onder chemicaliën de producten vallen die in contact worden gebracht met het te behandelen drink- of warm tapwater of daaraan worden toegevoegd om een kwaliteitsverandering van het water te bewerkstelligen. Hoofdstuk 2 van deze bijlage behandelt de materialen, in hoofdstuk 3 worden de chemicaliën omschreven. De regeling geldt voor alle eindproducten gemaakt uit materialen, organisch en anorganisch of een combinatie hiervan, die in contact kunnen komen met drink- of warm tapwater. De eindproducten moeten voldoen aan de toxicologische, organoleptische en microbiologische eisen zoals deze geformuleerd zijn in de regeling. Voor de toetsing van een product aan de toxicologische eisen dient van elk product, in overeenstemming met deel A, paragraaf 2.4, van de common approach voor organische materialen, een volledige specificatie van de grond- en hulpstoffen en mogelijke verontreinigingen te worden overgelegd. Bij de omschrijving van de betreffende materialen of producten in deze bijlage is aangegeven welk specificatieniveau gehanteerd wordt. Met specificatieniveau wordt bedoeld dat voor de stoffen die in hoeveelheden kleiner dan het genoemde niveau in de receptuur voorkomen, de in deel A, paragraaf 2.4, van de common approach voor organische materialen bedoelde toxiciteitsgegevens niet overgelegd hoeven te worden, omdat de te verwachten concentratie van deze stoffen in het drink- en warm tapwater niet hoger zal zijn dan 0,1 µg/l, zijnde de Threshold of Toxicological Concern (TTC) waarde voor stoffen met een zogenaamde structural alert voor genotoxiciteit. De bij de producten genoemde specificatieniveaus zijn va
- – beoordeling van de receptuur, toetsing aan de positieve lijsten van bijlage B, vaststelling van MTC’s. Voor PVC- en PE-buizen geldt voor de receptuur een specificatieniveau van 0,1% (m/m), voor rubberringen is dit niveau vastgesteld op 0,5% (m/m);
- – een migratietest;
- – toetsing van de organoleptische aspecten;
- – het vaststellen van nagroei.
- – beoordeling van de receptuur, toetsing aan de positieve lijst van bijlage B, vaststellen van MTC's;
- – berekenen van de verwachte concentratie in het drink- of warm tapwater van stoffen waarvoor een MTC geldt in overeenstemming met hoofdstuk 3 en/of 4 van bijlage C;
- – organoleptische aspecten, indien het product niet afdoende kan worden verwijderd (zoals bijvoorbeeld een lijm);
- – nagroei aspecten.
- – beoordeling receptuur, toetsing aan de positieve lijsten van bijlage B, vaststelling van MTC’s;
- – een migratietest;
- – toetsing van de organoleptische aspecten;
- – vaststelling nagroei aspecten.
- • de gemiddelde gebruikshoeveelheid per toepassing;
- • het eventueel verdwijnen van oplosmiddel(en) als gevolg van uitdamping;
- • de (slechte) oplosbaarheid van een smeermiddel;
- • het (relatief geringe) contactoppervlak van een smeermiddel ten opzichte van het totale oppervlak van een drink- of warm tapwaterinstallatie;
- • de langsstromende hoeveelheid water.
- • de gebruikshoeveelheid per verbinding;
- • het eventueel verdwijnen van oplosmiddel(en) als gevolg van uitdamping;
- • het eventueel onderling reageren van uitgangsstoffen (bij thermohardende materialen);
- • de van toepassing zijnde conversiefactor van het leidingsysteem;
- • het aantal lijmverbindingen per meter leidingsysteem;
- • het relatief geringe contactoppervlak van de lijm ten opzichte van het totale oppervlak van een leidingsysteem in contact met drink- of warm tapwater.
- • de gebruikshoeveelheid glijmiddel per verbinding;
- • de wijze van aanbrengen van een glijmiddel en van de montage van de verbinding;
- • het eventueel verdwijnen van oplosmiddel(en) als gevolg van uitdamping;
- • het eventueel verdwijnen van glijmiddel tijdens het voorspoelen van een leidingsysteem als gevolg van het gedrag van alle in een glijmiddel aanwezige stoffen in waterig milieu (oplosbaarheid);
- • de van toepassing zijnde conversiefactor van het leidingsysteem;
- • het aantal verbindingen per meter leidingsysteem;
- • het relatief geringe contactoppervlak van een glijmiddel ten opzichte van het totale oppervlak van een leidingsysteem in contact met drink- of warm tapwater.
- • de gebruikshoeveelheid van een ontkistingsmiddel per oppervlakte-eenheid;
- • het eventueel verdwijnen van oplosmiddel(en) als gevolg van uitdamping;
- • een realistisch percentage van de oorspronkelijke hoeveelheid van een ontkistingsmiddel dat na verwijdering van de bekisting op het betonnen oppervlak achterblijft;
- • eventuele stappen om het achtergebleven deel van een ontkistingsmiddel te verwijderen (bijvoorbeeld door afspuiten van een betonnen oppervlak);
- • het eventueel verdwijnen van ontkistingsmiddel tijdens het voorspoelen van een leiding- of opslagsysteem als gevolg van het gedrag van alle in een ontkistingsmiddel aanwezige stoffen in waterig milieu (oplosbaarheid);
- • de in deel A, onderdeel 5 van de common approach voor organische materialen genoemde van toepassing zijnde conversiefactor van het leiding- of opslagsysteem.
- • de gebruikshoeveelheid van een curing compound per oppervlakte-eenheid;
- • het eventueel verdwijnen van oplosmiddel(en) als gevolg van uitdamping;
- • eventuele stappen om de curing compound te verwijderen (bijvoorbeeld door afspuiten van een betonnen oppervlak);
- • het eventueel verdwijnen van curing compound tijdens het voorspoelen van een leiding- of opslagsysteem als gevolg van het gedrag van alle in een curing compound aanwezige stoffen in waterig milieu (oplosbaarheid);
- • de in deel A, onderdeel 5, van de common approach voor organische materialen genoemde van toepassing zijnde conversiefactor van het leiding- of opslagsysteem.
- • kunststofleidingen die voorzien zijn van een organische of anorganische barrièrelaag om de permeatie van verontreinigingen uit de directe omgeving naar het drink- of warm tapwater tegen te gaan;
- • glasvezelversterkte polyester producten;
- • folies;
- • rubber compensatoren.
- a. Volledige kunststof producten die gewoonlijk uit drie lagen bestaan:
- • een binnenlaag die in contact komt met drink- of warm tapwater;
- • een lijmlaag;
- • een zuurstof werende buitenlaag bestaande uit een etheen-vinylalcohol copolymeer.
- b. Producten met een aluminium barrièrelaag bestaande uit vijf lagen:
- • een binnenlaag;
- • een lijmlaag;
- • een aluminium laag, in windingen op elkaar gelijmd of in de lengte gelast;
- • een lijmlaag;
- • een buitenlaag.
- • de aluminiumlaag dient te voldoen aan de eisen die gelden in overeenstemming met hoofdstuk 2.8 van deze bijlage;
- • indien de aluminium laag gelijmd (niet gelast) is, dient de beoordeling plaats te vinden op alle lagen waaruit het product is samengesteld, en
- • indien de aluminium laag gelast is, behoeft voor de buitenste lijmlaag en de buitenlaag geen specificatie van de grond- en hulpstoffen verstrekt te worden; de beoordeling vindt uitsluitend plaats op de binnenlaag en de eerste lijmlaag.
- a. chemicaliën die in vaste vorm worden gebruikt;
- b. chemicaliën die opgelost of gesuspendeerd worden gebruikt;
- c. gassen; en
- d. chemicaliën die gebruikt worden als biocide in overeenstemming met de Biocidenverordening (EU) 528/2012.
- • als vlokmiddel voor de behandeling van water bestemd voor menselijke consumptie, zoals omschreven in NEN-EN 13754:2009;
- • als afdichtingsmiddel voor een boorgat rond de buis van een waterwinput ter voorkoming van een verontreiniging van het grondwater dat bestemd is voor de bereiding van drink- of warm tapwater, bij (het boren van) tunnels en voor het afdekken van afvalbergen; en
- • als bodembekleding voor bijvoorbeeld spaarbekkens.
- • de volgens de receptuur in het product aanwezige concentraties van (grond)stoffen, inclusief eventuele verontreinigingen en, indien van toepassing, residuele gehaltes aan monomeren;
- • de maximale dosering, en
- • het percentage carry-over in de worst case situatie.
- • de volgens de receptuur in het product aanwezige concentratie van (grond)stoffen, incl. eventuele verontreinigingen en, indien van toepassing, residuele gehaltes aan monomeren;
- • toepassingsgebied;
- • de maximale dosering;
- • molecuulgewichten van de stoffen uit de receptuur, inclusief verontreinigingen en, indien van toepassing, residuele monomeren;
- • type membraan (NF of RO), en
- • het percentage doorslag/lekkage.
- – aluminiumhydrochloride;
- – aluminiumsulfaat;
- – gebasifieerd aluminiumsulfaat;
- – polyaluminiumchloride.
- – Al2(SO4)3•14-16 H2O;
- – Fe2(SO4)3•9 H2O.
- – 61114-26-9;
- – 10043-01-3 (Al2(SO4)3);
- – 10028-22-5 (Fe2(SO4)3).
- • de volgens de receptuur in het product aanwezige concentratie van stoffen, inclusief verontreinigingen;
- • de maximale dosering;
- • het restgehalte in drinkwater na de spoelprocedure indien een volledige verwijdering van het middel niet mogelijk is.