Bijlage 2 Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM): : Eisen die aan een doorgifte-overeenkomst worden gesteld op grond van artikel 2, zevende lid, onder b, van de Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM)
Regeling verlenging en digitalisering commerciële radio-omroep (middengolf en niet-landelijke FM)
Indien de houder van de te verlengen vergunning(en) bij de aanvraag om verlenging één of meer keren gekozen heeft voor de optie van digitalisering door middel van doorgifte, dient hij bij zijn aanvraag een kopie van een doorgifte-overeenkomst als bedoeld in artikel 1, onder i, van de regeling, te overleggen welke voldoet aan de in deze bijlage gestelde eisen. Dit betekent dat de doorgifte-overeenkomst ten tijde van de aanvraag om verlenging reeds dient te zijn gesloten. Wel kan de overeenkomst gesloten zijn onder de voorwaarde dat de gevraagde verlenging wordt toegewezen. De houder van de op grond van deze regeling te verlengen vergunning (verder: de vergunninghouder) dient de doorgifte-overeenkomst te hebben gesloten met een partij die houder is van een vergunning voor digitale radio-omroep die betrekking heeft op de frequentieband 219,496–221,208 MHz (kavel 11c) of op een van de frequentiebanden die zijn bedoeld in de tabel behorende bij nationale voetnoot 002 van het Nationaal Frequentieplan 2005 (verder: de opdrachtnemer). Indien de aanvraag betrekking heeft op verscheidene vergunningen voor digitale radio-omroep kan de vergunninghouder volstaan met één doorgifte-overeenkomst, mits hiermee voor elk van de FM- of middengolfvergunningen wordt voldaan aan de hieronder genoemde digitaliseringseisen. De doorgifte-overeenkomst dient aan de volgende eisen te voldoen: (*) Middengolfvergunningen De van toepassing zijnde planningsnorm voor de middengolfvergunningen is de planningsnorm die is gebruikt bij de uitgifte van deze vergunningen in 2003 en nadien. Deze planningsnorm is als volgt: Propagatiemodel Grondgolf propagatie conform GE 75 met bodemgeleidbaarheid conform ITU-R Recommendatie P.832-2 Protectieverhoudingen 30 dB voor 0 kHz 5 dB voor +/– 9 kHz Berekening interferentie Conform GE75 Nominale veldsterkte Dagverzorging 66 dBµV/m Nachtverzorging 77 dBµV/m Niet-landelijke FM-vergunningen De frequentieplanning in de band van 87,6 MHz tot en met 104,8 MHz geschiedt op
- 1. De opdrachtnemer verspreidt met gebruikmaking van zijn vergunning voor digitale radio-omroep vanaf 1 september 2014 tot en met 31 augustus 2017 één programmakanaal, bestaande uit een aanbod van radioprogramma’s, een en ander in de zin van artikel 1.1 Mediawet 2008, dat hem door de vergunninghouder ter beschikking wordt gesteld, zijnde het aanbod dat de vergunninghouder uitzendt met gebruikmaking van zijn eigen FM- of middengolfvergunning. Het programmakanaal wordt verspreid in het gebied, c.q. de gebieden, bedoeld onder 2a dan wel 2b, waarbij wordt voldaan aan de eisen, bedoeld onder 3.
- 2a. Indien de doorgifte-overeenkomst de digitalisering betreft van één te verlengen kavel, wordt het in punt 1 bedoelde radioprogrammakanaal verspreid in een of meer gebieden:
- a. met vanaf 1 september 2015 (gezamenlijk) een grootte van ten minste: en
- i. het voorspelde maximale theoretische verzorgingsgebied van de te verlengen kavel overdag, zoals berekend op basis van de van toepassing zijnde planningsnorm (*)(verder: het analoge verzorgingsgebied); of, indien dat kleiner is:
- ii.
- – gedurende de periode 1 september 2015 tot en met 31 december 2016: 2988,4 km2 (= 8% van Nederland) (**);
- – gedurende de periode 1 januari 2017 tot en met 1 september 2017: 5976,8 km2 (= 16% van Nederland) (**);
- b. waarvan (tezamen) ten minste 80% overlapt met het analoge verzorgingsgebied.
- 2b. Indien de doorgifte-overeenkomst de digitalisering betreft van meer dan één te verlengen kavel, wordt het in punt 1 bedoelde radioprogrammakanaal uitgezonden in een of meer gebieden:
- a. met vanaf 1 september 2015 gezamenlijk een grootte van ten minste: en
- i. de voorspelde maximale theoretische verzorgingsgebieden van de te verlengen kavels overdag, zoals berekend op basis van de van toepassing zijnde planningsnorm (*), met dien verstande dat theoretische verzorgingsgebieden voor zover zij elkaar overlappen maar één keer meetellen bij de berekening van de grootte van de gebieden waar die dienst moet worden aangeboden (verder: het analoge verzorgingsgebied); of, indien dat kleiner is,
- ii.
- – gedurende de periode 1 september 2015 tot en met 31 december 2016: 8% van Nederland voor elke allotment waaraan de te verlengen kavels overeenkomstig bijlage 3 zijn gekoppeld (8%, dus 2988,4 km2, indien de kavels aan één allotment zijn gekoppeld; 16%, dus 5976,8 km2, indien de te verlengen kavels aan twee allotments zijn gekoppeld etc.);
- – gedurende de periode 1 januari 2017 tot en met 1 september 2017: 16% van Nederland voor elke allotment waaraan de te verlengen kavels overeenkomstig bijlage 3 zijn gekoppeld (16%, dus 5976,8 km2, indien de kavels aan één allotment zijn gekoppeld; 32%, dus 11.953,6 km2, indien de te verlengen kavels aan twee allotments zijn gekoppeld etc.);
- b. waarvan (tezamen) ten minste 80% overlapt met het analoge verzorgingsgebied.
- 3. Het radioprogrammakanaal, bedoeld onder 1:
- a. kan op ten minste 98 procent van de locaties in de gebieden, bedoeld onder 2, op iedere tijdstip waarop een radioprogramma wordt uitgezonden met gebruikmaking van de desbetreffende FM- of middengolfvergunning, zonder storingen of onderbrekingen worden ontvangen, waarbij in motorrijtuigen als bedoeld in artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 de ontvangst moet kunnen worden gerealiseerd met een gangbare ontvanger die bestemd is voor ontvangst in motorrijtuigen en een standaardantenne en waarbij in andere gevallen de ontvangst op een hoogte van anderhalve meter boven het maaiveld moet kunnen worden gerealiseerd met een gangbare ontvanger voor portable ontvangst, en
- b. wordt uitgezonden in een geluidskwaliteit die gelijk is aan 192 kb/s (stereo-uitzending), indien gebruikt wordt gemaakt van MPEG 2, in een geluidskwaliteit die gelijk is aan 48 kb/s (stereo-uitzending), indien gebruik wordt gemaakt van AAC+, of , indien gebruik wordt gemaakt van een andere techniek, met een geluidskwaliteit die ten minste vergelijkbaar is met de kwaliteit die met stereo kan worden behaald door middel van de twee genoemde technieken, en
- c. bevat de radioprogramma’s die tevens door middel van een eigen FM- of middengolfvergunning van de vergunninghouder worden uitgezonden, met dien verstande dat die radioprogramma’s gelijktijdig en ongewijzigd digitaal dienen te worden uitgezonden.
- 4. De doorgifte-overeenkomst bevat een passend boetebeding voor gevallen waarin de opdrachtnemer in gebreke is bij het nakomen van de onder 1 bedoelde verplichting.