Art. 5 Mandaatregeling RDW

Mandaatregeling RDW

1. Aan de Directie blijven voorbehouden:

a. de afdoening en ondertekening van beleidsregels;

b. de afdoening en ondertekening van circulaires die een verzoek, gericht tot een groep van personen of instanties buiten de overheid, om medewerking of inlichtingen bevatten;

c. de afdoening en ondertekening van stukken:

1. gericht aan de Algemene Rekenkamer;

2. gericht aan de Nationale Ombudsman;

3. gericht aan de Raad van Toezicht;

4. gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat;

5. gericht aan de Ondernemingsraad;

6. gericht aan het Georganiseerd Overleg;

7. gericht aan de Stichting Centraal Overleg Bedrijfsleven / RDW;

d. het aangaan van (internationale) samenwerkingsverbanden;

e. het sluiten van bestuurlijke overeenkomsten;

f. het voeren van politiek overleg.

2. Het reglement als bedoeld in artikel 4n van de Wegenverkeerswet 1994 is bij het uitoefenen van deze bevoegdheden van toepassing.