Art. 4 Regeling landelijk sociaal statuut politie, Reorganisatieplan

Regeling landelijk sociaal statuut politie

Het bevoegd gezag stelt een reorganisatieplan op, waarin in ieder geval wordt ingegaan op:

a. de beweegredenen voor de reorganisatie;

b. de fases van het reorganisatieproces;

c. het reorganisatiegebied waarop de reorganisatie betrekking zal hebben;

d. een overzicht van de formatieve functies – in kwalitatieve en kwantitatieve zin – van de bestaande organisatie binnen het reorganisatiegebied;

e. een overzicht van de formatieve functies – in kwalitatieve en kwantitatieve zin – van de nieuwe organisatie;

f. inzicht in het resultaat van de functievergelijking naar inhoud, van de formatieve functies van de bestaande en de nieuwe organisatie;

g. welke functies als sleutelfunctie worden aangemerkt;

h. de ingangsdatum van de reorganisatie, zijnde het moment van de adviesaanvraag bij de ondernemingsraad;

i. een activiteitenplan en een daaraan verbonden tijdschema;

j. inzicht in de middelen welke noodzakelijk zijn om personele gevolgen op te vangen, zoals de financiering van om-, her-, en bijscholing;

k. inzicht in de personele gevolgen, het te voeren plaatsingsbeleid, de gevolgen met betrekking tot reistijd en reisafstand en het te verwachten natuurlijk verloop;

l. maatregelen met betrekking tot een tijdige en optimale voorlichting van de betrokken ambtenaren.