Bijlage IV Regeling hernieuwbare energie vervoer: behorend bij artikel 19
Regeling hernieuwbare energie vervoer
Geregistreerde 1 verklaart: Ondergetekenden, geregistreerde 1 en geregistreerde 2 verklaren: Geregistreerde 2 heeft als koper van het bioticket het recht om de betreffende hoeveelheid biobrandstoffen in te zetten voor: Geregistreerde 1 heeft als verkoper van het bioticket niet langer het recht om de betreffende hoeveelheid biobrandstoffen in te zetten voor deze beide verplichtingen. Kenmerken van de op de markt voor wegvoertuigen en mobiele machines gebrachte hoeveelheid biobrandstoffen: Gegevens geregistreerde 1: Naam: Adres: Postcode en woonplaats: Gegevensgeregistreerde 2: Naam: Adres: Postcode en woonplaats: Ondertekening door geregistreerde 1: Datum: Plaats: Ondertekening. Ondertekening door geregistreerde 2: Datum: Plaats: Ondertekening. Voor aan wegvoertuigen en mobiele machines geleverd biogas wordt met biotickets de overprestatie voor de verplichting hernieuwbare energie doorverkocht. Dit betekent dat de hoeveelheid energie meetellend voor de verplichting hernieuwbare energie, die op biotickets voor biogas moet worden vermeld, gelijk is aan de hoeveelheid hernieuwbare energie van de betreffende hoeveelheid biogas verminderd met de hoeveelheid hernieuwbare energie van de eigenverplichting van het opt-in bedrijf. Voor 2011 is de doelstelling voor de verplichting hernieuwbare energie in 2011 is 4,25%. De overprestatie hernieuwbare energie, die met biotickets voor biogas wordt doorverkocht bedraagt dus: 100% – 4,25% = 95,75% van de totale energie-inhoud van het biogas. Voor dubbel tellend biogas is de overprestatie die met biotickets wordt doorverkocht 200% – 4,25% = 195,75%. Met biotickets voor biogas wordt wel de gehele prestatie ten behoeve van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging van de totale hoeveelheid biogas doorverkocht. Geregistreerde 1 verklaart een hoeveelheid elektriciteit met de hieronder vermelde kenmerken ten behoeve van wegvoertuigen en mobiele machines op de Nederlandse markt te hebben gebracht. Ondergetekenden, geregistreerde 1 en ge
- – een hoeveelheid biobrandstoffen met de hieronder vermelde kenmerken ten behoeve van wegvoertuigen en mobiele machines op de Nederlandse markt te hebben gebracht,
- – dat de betreffende hoeveelheid biobrandstoffen voldoet aan de duurzaamheidseisen, bedoeld in artikel 3, derde lid, van het Besluit hernieuwbare energie vervoer.
- – de betreffende hoeveelheid biobrandstoffen administratief te hebben verhandeld in de vorm van een bioticket als bedoeld in artikel 4, eerste lid, van het Besluit hernieuwbare energie vervoer, of indien sprake is van:
- – biogas, als bedoeld in artikel 6, derde lid, van het Besluit hernieuwbare energie vervoer,
- – hernieuwbare brandstof geleverd aan binnenschepen, als bedoeld in artikel 6b, derde lid, van het Besluit hernieuwbare energie vervoer,
- – biokerosine als bedoeld in artikel 6c, derde lid, van het Besluit hernieuwbare energie vervoer.
- – de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Besluit hernieuwbare energie vervoer,
- – de verplichting, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging.
- • Soort of type biobrandstof
- • Hoeveelheid biobrandstof [liter bij 15°C] of [kg] voor biogas:
- • Factor waarvoor de op de markt gebrachte biobrandstoffen meetellen voor de verplichting hernieuwbare energie:
- • De energiehoeveelheid waarvoor de op de markt gebrachte biobrandstoffen meetellen voor de verplichting hernieuwbare energie [TJ]
- • Energie-inhoud waarvoor de biobrandstoffen meetellen voor de verplichting reductie van broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus [TJ]:
- • Broeikasgasemissiereducties (t.o.v. 83,8 gCO2eq/MJ) van de op de markt gebrachte biobrandstoffen [ %]
- • Broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus [ton CO2eq]:
- • Jaar waarin de biobrandstoffen op de markt zijn gebracht
- – de verplichting, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de van het Besluit hernieuwbare energie vervoer,
- – de verplichting, bedoeld in artikel 2.9, eerste lid, van het Besluit brandstoffen luchtverontreiniging.
- 1. Totale hoeveelheid geleverde elektriciteit [kWh]:
- 2. Het gemiddelde aandeel van elektriciteit uit hernieuwbare energiebronnen in de Europese Unie, gemeten twee jaar voor het betreffende jaar, zoals dat gepubliceerd is op www.emissieautoriteit.nl.
- 3. De hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen [kWh]: (De onder (1) vermelde hoeveelheid elektriciteit vermenigvuldigd met het verschil van het onder (2) vermelde aandeel hernieuwbare elektriciteit en het verplichte percentage hernieuwbare energie.)
- 4. Verrekeningsfactor voor de geleverde elektriciteit:
- a. Indien het betreft elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van wegvoertuigen: 2,5
- b. indien het betreft elektriciteit uit hernieuwbare bronnen ten behoeve van mobiele machines: 1
- 5. De energie-inhoud waarvoor de geleverde elektriciteit meetelt voor de verplichting hernieuwbare energie [TJ]: (De onder (3) vermelde hoeveelheid elektriciteit uit hernieuwbare bronnen vermenigvuldigd met 3,6 en gedeeld door 1.000.000 i.v.m. omrekening naar [TJ] en vermenigvuldigd met de onder (4) vermelde factor.)
- 6. De energiehoeveelheid meetellend voor de verplichting reductie van broeikasgasemissie gedurende de levenscyclus [TJ]. (De onder (1) vermelde hoeveelheid elektriciteit vermenigvuldigd met 3,6 en gedeeld door 1.000.000 i.v.m. omrekening naar [TJ] en vermenigvuldigd met de onder (4) vermelde factor.)
- 7. De broeikasgasemissie gedurende de levenscyclus van elektriciteit in [g CO2eq/kWh] zoals gepubliceerd op www.emissieautoriteit.nl.
- 8. Broeikasgasemissie gedurende de levenscyclus van de elektriciteit [ton CO2eq] (De onder (1) vermelde hoeveelheid elektriciteit vermenigvuldigd met de onder 7 vermelde broeikasgasemissie gedurende de levenscyclus en gedeeld door 1.000.000 i.v.m. omrekening naar [ton].)
- 9. Jaar dat de elektriciteit is geleverd: