Art. 4 Verordening op de nummerherkenning

Verordening op de nummerherkenning

1. De advocaat, niet zijnde een advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders of een advocaat in dienstbetrekking, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de Algemene Raad:

a. het (vaste) algemene nummer(s) van zijn kantoor;

b. het algemene faxnummer van zijn kantoor;

c. het bundelnummer(s);

d. het doorkiesnummer van personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht, te weten: paralegals, studentstagiaires en medewerkers van de financiële administratie.

2. De advocaat werkzaam op een kantoor met niet-geheimhouders, niet zijnde een advocaat in dienstbetrekking, geeft – indien hij over de genoemde apparatuur beschikt – aanvullend de volgende nummers op als geheimhoudernummer aan de secretaris van de Algemene Raad:

a. het doorkiesnummer van personen met een van hem afgeleid verschoningsrecht, te weten: paralegals en studentstagiaires;

b. indien in de telefooncentrale scheiding tussen geheimhouders en niet-geheimhouders op het niveau van bundelnummers is gerealiseerd, het bundelnummer waar uitsluitend geheimhouders en personen met een van de geheimhouder afgeleid verschoningsrecht van gebruik maken.