Art. 1 Verordening financiën bedrijfslichamen 2011, Begripsbepalingen

Verordening financiën bedrijfslichamen 2011

1. In deze verordening wordt verstaan onder:

a.

wet:

Wet op de bedrijfsorganisatie;

b.

bedrijfslichaam:

een bedrijfslichaam als bedoeld in artikel 66, vierde lid, van de wet;

c.

Raad:

Sociaal-Economische Raad;

d.

Bestuurskamer:

commissie ex artikel 3 van de Verordening bestuurlijke taken SER;

e.

Toezichtkamer:

commissie ex artikel 7 van de Verordening bestuurlijke taken SER;

f.

bestemmingsheffing:

een heffing als bedoeld in artikel 126, vierde lid, van de wet;

g.

algemene heffing:

een heffing op grond van artikel 126, eerste lid, van de wet, niet zijnde een bestemmingsheffing;

h.

retributie:

een retributie als bedoeld in artikel 126, tweede lid, van de wet;

i.

eigen vermogen:

de som van de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de bestemmingsfondsen;

j.

bestemmingsreserve:

een reserve met een bijzondere bestemming, bepaald door het bestuur;

k.

bestemmingsfonds:

een reserve met een bijzondere bestemming, waarbij een bestedingsbeperking is aangebracht door derden.

2. Deze verordening is mede van toepassing op voorzieningen ter gemeenschappelijke behartiging van belangen als bedoeld in artikel 109 en verder van de wet.