Art. 9 Bekostigingsbesluit WVO BES, Bekostiging school

Bekostigingsbesluit WVO BES

1. De bekostiging, bedoeld in de artikelen 152 en 153 van de wet, voor scholen op Bonaire bestaat uit:

a. een bedrag per school dat afhangt van het aantal leerlingen op de school;

b. een bedrag per leerling, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:

1°. leerlingen in het praktijkonderwijs of in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte of kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, alsmede ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte; en

2°. leerlingen in het vwo, havo, mavo of vbo, met uitzondering van leerlingen in het derde of vierde leerjaar van de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg van het vbo, ISK-leerlingen en leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte;

c. een bij ministeriële regeling te bepalen procentuele opslag over de optelsom van de bedragen bedoeld in de onderdelen a en b, in verband met de zorg aan leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte, bedoeld in artikel 149, eerste lid, van de wet; en

d. een aanvullend bedrag per school voor het opzetten en in stand houden van kleine arbeidsmarktgerelateerde mbo-opleidingen.

2. De bekostiging, bedoeld in de artikelen 152 en 153 van de wet, voor scholen als bedoeld in artikel 1 van het Besluit Saba Comprehensive School en Gwendoline van Puttenschool BES, bestaat uit:

a. een bedrag per school, dat afhangt van het aantal leerlingen op de school;

b. een bedrag per leerling, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen:

1°. leerlingen in de lower forms of leerlingen die CSEC en CAPE volgen; en

2°. leerlingen in het praktijkonderwijs of leerlingen die CVQ volgen.

c. een bij ministeriële regeling nader te bepalen procentuele opslag over de optelsom van de bedragen, bedoeld in de onderdelen a en b, in verband met de zorg aan leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte, bedoeld in artikel 149, eerste lid, van de wet;

d. een bij ministeriële regeling te bepalen procentuele opslag over de optelsom van de onderdelen a tot en met c in verband met het loon- en prijspeil en de examenkosten op Sint Eustatius en Saba;

e. een aanvullend bedrag per school in verband met de geïsoleerde ligging en de kleinschaligheid op Sint Eustatius en Saba, dat afhangt van het aantal leerlingen op de school; en

f. een aanvullend bedrag per school voor het opzetten en in stand houden van kleine arbeidsmarktgerelateerde CVQ-opleidingen.

3. De bekostiging, bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt vastgesteld in US dollars, en wordt rekenkundig afgerond op twee decimalen.