Bijlage 3 Aanwijzing OM-Afdoening: leidraad informatieverstrekking om-afdoening
Op basis van art. 257h lid 2 Sv kan ieder ander dan de bestrafte en zijn raadsman (een derde) de officier van justitie verzoeken een afschrift van een strafbeschikking te verstrekken. In deze Leidraad informatieverstrekking OM-afdoening wordt de procedure omtrent het al dan niet verstrekken van strafbeschikkingen verder uitgewerkt. Het algemene uitgangspunt is dat bij een verzoek van een derde altijd geanonimiseerd wordt verstrekt. De officier van justitie houdt bij zijn beoordeling rekening met: Als deze belangen zwaarder blijken te wegen dan het belang van de verzoeker en het met openbaarmaking van strafbeschikkingen gemoeide belang, wordt niet verstrekt. Een derde kan tegen het geanonimiseerd verstrekken van het afschrift of een weigering tot verstrekking van het afschrift van een klaagschrift indienen bij de officier van justitie. De bepalingen in deze Leidraad zijn niet van toepassing op de bestrafte en zijn raadsman. In deze Leidraad wordt verstaan onder:
- – het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de bestrafte of van de derden die in de strafbeschikking worden genoemd;
- – de geheimhouding van financiële gegevens en het bewaren van bedrijfs- en beroepsgeheimen.
- a. strafbeschikking: de beschikking waarin straffen, maatregelen en (gedrags)aanwijzingen opgelegd en gegeven kunnen worden aan plegers van misdrijven waarop maximaal zes jaar gevangenisstraf staat en aan degenen die een overtreding hebben begaan.1De strafbeschikking kan worden uitgevaardigd door een officier van justitie of een bij mandaat op basis van art. 126 RO aangewezen andere bij een parket werkzame ambtenaren, een opsporingsambtenaar, bestuursorgaan of buitengewoon opsporingsambtenaar (als zij hiertoe bij AMVB de bevoegdheid hebben verkregen) of het bestuur van de Belastingdienst. Op dit moment heeft slechts het OM hiertoe de bevoegdheid. Wel kan een BOA van de G4 aan het OM zaken aanleveren ter afdoening met een strafbeschikking. Ook worden nog geen maatregelen en (gedrags)aanwijzingen opgelegd of gegeven.
- b. derden: ieder ander dan de bestrafte of zijn raadsman.
- c. bestrafte: degene jegens wie een strafbeschikking is uitgevaardigd.
- d. anonimiseren: het verwijderen van gegevens die, afzonderlijk of in onderlinge samenhang, de identiteit kunnen onthullen van niet-beroepsmatig bij een zaak betrokken personen.
- 1. Verzoeken van derden om afschriften van strafbeschikkingen moeten worden ingediend bij de officier van justitie die de strafbeschikking heeft uitgevaardigd of, in het geval dat de strafbeschikking is uitgevaardigd door een (buitengewoon) opsporingsambtenaar, aan de officier van justitie in het arrondissement waar het feit is begaan.
- 2. Op een verzoek om een afschrift beslist de officier van justitie bij wie het verzoek is ingediend. Daarbij wordt het belang van de verzoeker en het met openbaarmaking van strafbeschikkingen gemoeide belang afgewogen tegen:
- – het belang van bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de bestrafte of van de derden die in de strafbeschikking worden genoemd;
- – de geheimhouding van financiële gegevens en het bewaren van bedrijfs- en beroepsgeheimen.
- 3. Indien de in het tweede lid bedoelde belangenafweging daartoe aanleiding geeft, wordt het verzoek geweigerd. Weigering geschiedt door middel van een brief aan de verzoeker. Als de officier besluit tot inwilliging van het verzoek, wordt op basis van art. 365 Sv een geanonimiseerd afschrift verstrekt.
- 4. In uitzonderlijke gevallen kan de officier van justitie besluiten een niet-geanonimiseerd afschrift te verstrekken. Dit kan onder meer geschieden in gevallen waarbij het afschrift van de strafbeschikking moet dienen als bewijsmiddel in een civiele procedure. Bij twijfel dient de officier contact op te nemen met de privacymedewerker van het parket of de Helpdesk Privacy van het Parket-Generaal.
- 5. Als deze Leidraad weigering van de verstrekking dan wel geanonimiseerde verstrekking van de strafbeschikking voorschrijft, terwijl het verzoek strekt tot niet-geanonimiseerde verstrekking, wendt de officier van justitie zich tot de privacymedewerker van het parket om te onderzoeken of op basis van de Aanwijzing verstrekking van strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden (Aanwijzing wet justitiële en strafvorderlijke gegevens) of de Wet openbaarheid van bestuur aan verzoeker mededelingen kunnen worden gedaan.
- 1. Als binnen veertien dagen geen afschrift dan wel een geanonimiseerd afschrift wordt verstrekt, kan de verzoeker een klaagschrift indienen bij de officier van justitie. Die brengt het klaagstuk en de processtukken onverwijld ter kennis van de rechtbank. De procesdeelnemers zijn, in afwijking van artikel 23, vierde lid Sv, niet bevoegd van de inhoud van de processtukken kennis te nemen dan voor zover de rechtbank zulks toestaat.