Art. 5 Regeling vaststelling bedragen 2011 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht, Tarieven AFM en DNB

Regeling vaststelling bedragen 2011 ex artikelen 2 en 3 Besluit bekostiging financieel toezicht

Het bedrag, bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het besluit, wordt vastgesteld op:

a. € 550 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een beleggingsonderneming waarop een vrijstelling van toepassing is.

b. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een clearinginstelling waarop een vrijstelling van toepassing;

c. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een kredietinstelling waarop een vrijstelling van toepassing is;

d. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een verzekeraar, niet zijnde een onderlinge waarborgmaatschappij, waarop een vrijstelling van toepassing is;

e. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een entiteit voor risico-acceptatie waarop een vrijstelling van toepassing is;

f. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een beleggingsinstelling, beleggingsonderneming of beheerder waarop een vrijstelling van toepassing is;

g. € 1.800 voor de inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een onderlinge waarborgmaatschappij die een verklaring als bedoeld in artikel 3 of 4 van het Besluit Reikwijdtebepalingen Wft heeft aangevraagd;

h. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 2°, van de wet van een betaaldienstverlener waarop een vrijstelling van toepassing is;

i. € 800 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse instelling voor collectieve belegging in effecten;

j. € 400 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsonderneming die beleggingsdiensten verleent vanuit een bijkantoor in Nederland;

k. € 275 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsonderneming zonder bijkantoor in Nederland;

l. € 900 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse beleggingsinstelling uit een aangewezen staat;

m. € 275 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 3°, van de wet, van een buitenlandse bemiddelaar in verzekeringen;

n. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een aanbieder van krediet aangesloten onderneming;

o. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een adviseur of bemiddelaar aangesloten onderneming;

p. € 3.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet bij een gelijktijdige digitale aanmelding door een aanbieder van krediet van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen;

q. € 3.500 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet bij een gelijktijdige digitale aanmelding door een adviseur of bemiddelaar van 20 of meer bij hem aangesloten ondernemingen;

r. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6°, van de wet van een bij een aanbieder van beleggingsobjecten aangesloten onderneming;

s. € 175 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 6° van de wet van een bij een beleggingsonderneming aangesloten onderneming;

t. € 1.750 voor een inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, tweede lid, aanhef en onderdeel a, onder 8° of 9°, van de wet;

u. € 175 voor de inschrijving door de AFM als bedoeld in artikel 1:107, onderdeel a, onder 12°, van de wet van aan een beleggingsonderneming verbonden agent;

v. € 0 voor een inschrijving door DNB als bedoeld in artikel 1:107, derde lid, aanhef en onderdeel j, van de wet van betaaldienstagenten en de bijkantoren van een betaalinstelling.