Art. 3 Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie

Mandaatregeling Ministerie van Veiligheid en Justitie

1. De secretaris-generaal wordt toegestaan ondermandaat te verlenen aan:

a. een directeur-generaal;

b. de plaatsvervangend secretaris-generaal;

c. de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding;

d. het hoofd van de Inspectie Openbare Orde en Veiligheid;

e. andere bij het ministerie werkzame ambtenaren, voor zover zij niet ressorteren onder een directeur-generaal.

2. Verleend ondermandaat kan steeds één hiërarchisch niveau verder worden doorgegeven.

Uitspraken die dit artikel aanhalen