Art. 1 Regeling externe veiligheid buisleidingen, Definities

Regeling externe veiligheid buisleidingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. aardgas:

a. drooggas dat bij een temperatuur van –200C onder atmosferische druk geen vloeistoffractie meer afscheidt van het gas en met een dichtheid van 0,82 kg/m3en een calorische waarde van ten hoogste 36,4 MJ/m3,

b. natgas dat naast aardgas ook condensaat bevat met een Condensaat-Gas Ratio kleiner dan of gelijk aan 80 m3/1.000.000 m3, en zuurgas dat naast aardgas minder dan 4,3% zwavelwaterstof bevat,

c. hoogcalorisch aardgas,

d. voor zover dit aardgas niet vloeibaar wordt getransporteerd en geen componenten bevat met toxische of explosieve effecten;

a. aardolieproducten: voor zover deze geen componenten bevatten met toxische of explosieve effecten;

a. aardolie,

b. aardgasolie,

c. vloeibare aardolieproducten, en

d. derivaten,

besluit:

Besluit externe veiligheid buisleidingen;

brandbare stoffen: stoffen die zijn geclassificeerd als ontvlambaar, licht ontvlambaar of zeer licht ontvlambaar, niet zijnde aardgas of aardolieproducten;

Carola: softwareprogramma voor het berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van ondergrondse buisleidingen met aardgas, versie nr. 1.0.0;

1. Rekenmethodiek Bevb: rekenmethodiek behorend bij het Besluit externe veiligheid buisleidingen, bestaande uit de Handleiding Risicoberekeningen Bevb, versie nr. 3, uitgave 2019 en, indien het betreft ondergrondse buisleidingen:

1. voor aardgas: Carola, en

2. voor andere stoffen dan aardgas: Safeti-NL;

Safeti-NL: softwareprogramma voor het berekenen van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico van inrichtingen en ondergrondse buisleidingen voor het transport van andere stoffen dan aardgas, versie nr. 8, uitgave 2019;

specifieke stoffen: kooldioxide, zuurstof en stikstof;

vergiftige stoffen: stoffen die zijn geclassificeerd als acuut toxisch.