Bijlage 2 Regeling vleeskuikens: bij artikel 9a, derde lid, onderdeel b, van de Regeling vleeskuikens
Deze illustratie behoort bij bijlage bij artikel 9a, derde lid, onderdeel b, van de Regeling vleeskuikens.
- 1. Deze monitoring wordt uitgevoerd op het bedrijf zelf, maximaal 5 dagen voordat het koppel wordt geslacht. Het betreft koppels die geƫxporteerd worden en waar geen meting van voetzoollaesies plaatsvindt in het slachthuis van bestemming, of koppels die in kleine slachthuizen in Nederland worden geslacht.
- 2. De monitoring wordt uitgevoerd door een hiervoor opgeleide controleur van een door het Productschap voor Pluimvee en Eieren erkende organisatie die vermeld staat op de website van dat productschap.
- 3. 100 levende vleeskuikens per stal worden beoordeeld. Tenminste 4 steekproeven in de stal (bijvoorbeeld 4 keer 25 dieren), zie voorbeeld hieronder. Deze steekproeven worden genomen op locaties verdeeld over de stal, minimaal 2 locaties tegen de muur en de overige locaties tussen voer- en drinklijnen in.
- 4. De controleur maakt gebruik van extra verlichting (bv een hoofdlamp) en van een vanghek om dubbele metingen te voorkomen. Hiervoor kan hij ook de kuikens merken met bv. watervaste stift (op de poot, of vleugels).
- 5. Het schoonmaken van de poten met borstel en sop wordt afgeraden, na het afwrijven van de mest van de poot heeft men een redelijk beeld van de conditie van de poten.
- 6. Alleen de rechter poot van elke vleeskuiken van de steekproeven wordt beoordeeld.
- 7. De controleur maakt gebruik van de scorekaart die ook gebruikt wordt voor de beoordeling aan de slachtlijn.
- 8. De controleur registreert het aantal vleeskuikens in de 3 categorieƫn (geen, matige of ernstige voetzoollaesie) en geeft dit door aan de eigenaar/houder, alsmede de totaalscore van het koppel.
- 9. Deze wordt berekend met onderstaande formule: aantal punten= (aantal dieren klasse 0)*0 + (aantal dieren klasse 1)*0.5 + (aantal dieren klasse 2)*2