Art. 1.2 Uitvoeringsregeling Belastingwet BES, Inleidende bepalingen
Uitvoeringsregeling Belastingwet BES
Met betrekking tot de algemene bestedingsbelasting worden niet als personenauto of bestelauto aangemerkt, motorrijtuigen die:
a. zijn ingericht om te worden gebruikt door de politie en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;
b. zijn ingericht om te worden gebruikt door de brandweer en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;
c. zijn ingericht om te worden gebruikt door de Koninklijke Marechaussee en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;
d. zijn ingericht om te worden gebruikt door de Belastingdienst/Douane en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;
e. zijn ingericht voor het vervoer van zieken en gewonden en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;
f. zijn ingericht voor het vervoer van stoffelijke overschotten en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;
g. zijn ingericht voor het vervoer van gevangenen en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn;
h. zijn ingericht en uitsluitend worden gebruikt voor het vervoer van rolstoelgebruikers in groepsverband;
i. zijn ingericht voor het vervoer van zieke of gewonde dieren en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn; of
j. zijn ingericht voor geldtransport en als zodanig uiterlijk kenbaar zijn.