Art. 4 Regeling pensioenen BES
1. De waardering van pensioenverplichtingen vindt plaats met inachtneming van algemeen aanvaarde actuariële grondslagen, waarbij een rekenrente in aanmerking wordt genomen van tenminste 4 percent.
2. Het pensioenlichaam kan een algemene reserve van maximaal 10 percent van de wiskundige reserve aanhouden.