Art. 4.2 Belastingwet BES, Belastingplichtige
1. De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het kalenderjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak.
2. Als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt aangemerkt, degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is.
3. Indien bij het begin van het kalenderjaar meer dan een belastingplichtige het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak, wordt de belasting geheven van alle belastingplichtigen gezamenlijk.
4. Indien belastingplichtigen bij het begin van het kalenderjaar het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een onroerende zaak hebben en dit genot elk van deze belastingplichtigen afzonderlijk het recht geeft om de onroerende zaak gedurende een deel van het kalenderjaar te gebruiken (time-share), wordt de belasting geheven van al deze belastingplichtigen gezamenlijk.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Raad van Beroep voor Belastingzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 12 juni 2015, ECLI:NL:ORBBACM:2015:22
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 26 maart 2025, ECLI:NL:OGHACMB:2025:72
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 maart 2024, ECLI:NL:OGEABES:2024:26
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 2 februari 2017, ECLI:NL:OGEABES:2017:1
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 19 februari 2016, ECLI:NL:OGEABES:2016:4