Art. 3.87 Douane- en Accijnswet BES, Vrijstellingen bij definitieve invoer
1. Vrijstelling als bedoeld in artikel 3.86, eerste lid, onderdeel a, wordt slechts verleend indien bij de aangifte ten invoer een bewijs van herkomst uit de BES eilanden wordt overlegd dat op verzoek van belanghebbende, na de vaststelling van de identiteit van de goederen, voor de uitvoer wordt afgegeven.
2. Indien in verband met bijzondere omstandigheden ten tijde van de uitvoer niet voorzienbaar was dat de goederen weer zouden worden ingevoerd, kan de inspecteur vrijstelling verlenen.