Art. 3.30 Douane- en Accijnswet BES, Invoerrechten
1. De inspecteur kan de vergunning tot invoer met vrijstelling intrekken indien:
a. de bij of krachtens deze titel gestelde voorwaarden en bepalingen niet, niet tijdig of niet behoorlijk zijn nagekomen;
b. de vergunning werd afgegeven op basis van de door de aanvrager verstrekte onjuiste of onvolledige gegevens en de vergunning niet zou zijn verleend indien de juiste gegevens bekend waren;
c. aan de vergunninghouder surséance van betaling wordt verleend of deze in staat van faillissement wordt verklaard.
2. De intrekking van de vergunning is met redenen omkleed.