Bijlage 1a Regeling beoordelingsnormen staatsexamen NT2: bij de Regeling beoordelingsnormen staatsexamen NT2 van 8 december 2010, nummer CvE-10.1345
Regeling beoordelingsnormen staatsexamen NT2
Het examenonderdeel Schrijven I bestaat uit twee opgavensets; ongeveer twee derde van de opgaven wordt op de computer aangeboden en het andere deel in een boekje. Elke set bevat verschillende schrijfopdrachten. De opgaven bevatten meestal een beschrijving van een situatie en een schrijftaak. Soms is ook een tekening van de situatie toegevoegd; soms wordt een context beschreven en soms wordt een aan te vullen tekst gepresenteerd die moet worden afgemaakt. De examenduur voor elk der beide onderdelen is verschillend: het eerste deel is het computerdeel en duurt 40 minuten; het tweede deel is het papieren deel en duurt 80 minuten tenzij anders aangegeven bij het examen. De gegeven situaties en taken passen qua inhoud (werk, opleiding en algemeen maatschappelijke situaties) en qua moeilijkheidsgraad bij de beoogde doelsituatie van programma I. Zie ook het examenprogramma. De examens worden afgenomen met een computer die gebruik maakt van een qwerty-toetsenbord. Kandidaten kunnen geen computergestuurde spellingscontrole hanteren. Kandidaten kunnen maximaal drie – uitsluitend papieren – woordenboeken gebruiken. Opgavenset Deel 1; het computerdeel. Opgavenset Deel 2; het boekje. De zinnen en geschreven teksten worden op meerdere aspecten beoordeeld: adequaatheid/begrijpelijkheid, samenhang, woordgebruik, grammaticale correctheid en spelling. Niet alle opdrachten worden op alle aspecten beoordeeld. Bij wijze van illustratie hierbij een voorbeeld van het te behalen aantal punten bij een examen Schrijven I – Het aantal te behalen punten bij de inhoudsaspecten: 36 – Verdeling over de beoordelingsaspecten: Adequaatheid/begrijpelijkheid 27 Samenhang 4 Woordgebruik 5 – Het aantal te behalen punten bij de vormaspecten: 27 – Verdeling over de beoordelingsaspecten: Grammaticale correctheid 22 Spelling 5 In dit voorbeeld is dus de maximumscore: 63 punten Totaal aantal opdrachten: 16 Het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid wordt globaal beoordeeld op basis van een 4-puntsschaal: de be
- 1 Het schrijven van een zin of enkele zinnen (7 examenopgaven)
- 2 Het aanvullen van een brief, van een tekst of van een formulier (2 examenopgaven).
- 3 Het schrijven van een korte tekst (2 examenopgaven)
- 1 Het schrijven van een of enkele zinnen of delen van zinnen (3 examenopgaven)
- 2 Het aanvullen van een brief, van een tekst of een formulier (1 opgave)
- 3 Het schrijven van een korte tekst (1 opgave)
- – Het schrijven van een zin of enkele zinnen wordt beoordeeld op twee aspecten: ‘adequaatheid/begrijpelijkheid’ en ‘grammaticale correctheid’. Zowel adequaatheid/begrijpelijkheid van de tekst als grammaticale correctheid wordt gewaardeerd op basis van een 2-puntsschaal: de beoordelaar kan een score 0 of 1 toekennen voor adequaatheid/begrijpelijkheid en 0 of 1 voor grammaticale correctheid. Een tekst waarvoor op basis van adequaatheid/begrijpelijkheid een score van 0 wordt toegekend kan voor grammaticale correctheid geen score van 1 opleveren.
- – Het schrijven van een korte tekst wordt in elk geval beoordeeld op de aspecten ‘adequaatheid/begrijpelijkheid’ en ‘grammaticale correctheid’.
- – Bij de beoordeling moeten de verschillende schalen onafhankelijk van elkaar gehanteerd worden. Een onzekere toekenning van een score op één van de schalen mag niet gecompenseerd worden met een score op één van de andere schalen.
- – Als er een tekst geproduceerd is met een volledig en adequaat gedeelte dat op zich voldoende zou zijn geweest voor de hoogste score, maar waar een en ander ten overvloede aan toegevoegd is dat allerlei fouten vertoont, dan wordt deze overbodige toevoeging ook meegewogen in de beoordeling. Wanneer overbodige informatie geen fouten vertoont, dan heeft dit geen invloed op de toe te kennen score.
- – Als een kandidaat zinnen uit de opdracht letterlijk heeft overgeschreven, krijgt hij voor deze zinnen geen punten. De overgeschreven zinnen worden dus niet in de beoordeling betrokken.
- – Bij het vaststellen van adequaatheid/begrijpelijkheid wordt tolerant beoordeeld; het waarheidsgehalte of juistheidsgehalte van de inhoud van de boodschap in de ogen van de beoordelaar moet niet in de beoordeling worden betrokken.
- – Bij de beoordeling van adequaatheid/begrijpelijkheid spelen de volgende aspecten een rol:
- – de tekst heeft een duidelijke relatie met de opdracht;
- – de intentie van de schrijver wordt uit deze tekst zonder meer duidelijk en de tekst is goed te begrijpen.
- – Als lexicale keuzes de begrijpelijkheid van een tekst ernstig aantasten, komt dat tot uiting in de waardering voor het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid. Een afzonderlijke beoordeling van het woordgebruik wordt alleen bij die opdrachten toegepast waar specifiek woordgebruik relevant kan zijn.
- – Als spelfouten de begrijpelijkheid van een tekst ernstig aantasten, komt dat tot uiting in de waardering voor het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid. Een afzonderlijke beoordeling van spelling wordt alleen bij die opdrachten toegepast waar spelling relevant kan zijn.
- – Bij het aspect grammaticale correctheid moet beoordeeld worden op fouten zoals bijvoorbeeld woord- en zinsvormingsfouten, fouten tegen de ‘er’-constructie, congruentiefouten, voorzetselfouten enzovoorts.
- – Fouten tegen het woordgeslacht en fouten die daaruit voortvloeien, mogen voorkomen.
- – Het vergeten van een lidwoord is een grammaticale fout die wel in de beoordeling wordt betrokken.
- – In het beoordelingsmodel is bij de taken ‘zinnen aanvullen/zinnen tussenvoegen’ een expliciete opmerking gemaakt wanneer er sprake moet zijn van bijzinsvolgorde of inversie. Dat betekent echter niet dat alleen in die gevallen de woordvolgorde correct moet zijn. Met andere woorden: om bij deze taken voor het aspect grammaticale correctheid 1 punt te kunnen behalen, moet er altijd sprake zijn van correcte woordvolgorde.
- – Wanneer iemand bij de taken ‘zinnen aanvullen/tussenvoegen’ door het geschrevene zelf het gebruik van een bepaalde werkwoordstijd afdwingt, dan moet deze ook gerealiseerd worden om 1 punt te kunnen behalen voor grammaticale correctheid.
- – Bij ‘zinnen tussenvoegen’ is het toevoegen van een voegwoord toegestaan voor zover de grammaticaliteit van de constructie daardoor niet gestoord wordt. Fouten tegen interpunctie die daardoor ontstaan, zijn in dit geval toegestaan. Als door de toevoeging de begrijpelijkheid wordt aangetast, komt dat tot uiting in de beoordeling van het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid.
- – Als er bij ‘een zin aanvullen’ en ‘een zin tussenvoegen’ bij het aspect grammaticale correctheid specifieke opmerkingen genoemd staan, dan moet het schrijfproduct in ieder geval aan die eisen voldoen om 1 punt te kunnen behalen. Realisering van de bij de specifieke opmerkingen vermelde constructie levert overigens niet zonder meer 1 punt op. Het is mogelijk dat er 0 punten worden toegekend op basis van andere fouten tegen formele kenmerken, bijvoorbeeld door fouten tegen de woordvolgorde of door congruentiefouten.
- – Het is bij ‘een zin aanvullen’ en ‘een zin tussenvoegen’ mogelijk dat de creativiteit van de schrijver zo groot is dat hij/zij een product schrijft dat weliswaar niet voldoet aan de specifieke eisen genoemd bij het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid, maar dat desondanks adequaat genoemd kan worden. In een dergelijk geval moet 1 punt worden toegekend voor adequaatheid/begrijpelijkheid.
- – Als er bij een korte schrijftaak een tekst is geproduceerd waaruit blijkt dat de stimulus anders is geïnterpreteerd dan bedoeld, dan kan dat product voor het aspect adequaatheid/begrijpelijkheid nooit de maximaal te behalen score krijgen (3 punten). De overige schaalpunten kunnen wel gebruikt worden om de kwaliteit van het product te waarderen.