Bijlage 4 Aanwijzing executie: procedure rond de aanhouding en plaatsing van veroordeelden en in bewaring gestelde verdachten met medische problemen
In dit protocol zijn de procedures ten aanzien van eerste plaatsing van veroordeelden en in bewaring gestelde verdachten bij wie sprake is van medische problematiek vastgelegd. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de procedure voorafgaande aan het moment van een arrestatie en de procedure waarop insluiting in een politiecel reeds heeft plaatsgevonden. Met medische problemen wordt in dit verband gedoeld op ernstige problemen die beheersmatige consequenties kunnen hebben voor het verblijf in een politiecel of penitentiaire inrichting. De onderstaande procedures dienen ertoe duidelijkheid te verstrekken aan: Notabene.
- • Politie
- • OM
- • CJIB/OM Executie (OME)
- • DJI (Bureau Capaciteitsbenutting & Logistiek (BCL) van de sector gevangeniswezen, Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O), Bureau Individuele Medische advisering (BIMA), Justitieel Medisch Centrum (JMC) – voorheen Penitentiair ziekenhuis).
- • Forensische artsen
- a. CJIB en DJI spelen bij inverzekeringgestelde verdachten met medische problemen géén rol. Voor inverzekeringgestelden die nog moeten worden voorgeleid aan de RC (toets ivs/ ibs) geldt het volgende. De regiopolitie moet in die gevallen overleg plegen met het OM (de zaaks- of piketofficier) over de vraag of de verdachte die medische problemen heeft en die volgens de forensische arts niet in de politiecel kan worden gehouden, niettemin in verzekering gesteld moet blijven. Is dat het geval, maar is tevens opname in een ziekenhuis vereist op grond van het advies van de forensische arts, dan ligt de verantwoordelijkheid voor de eventueel door het OM vereiste bewaking in het ziekenhuis bij de regiopolitie. Ook de kosten van die bewaking komen derhalve voor rekening van de regiopolitie. Zie ook hierna onder 3.
- b. Contact tussen forensisch arts en arts ziekenhuis of JMC Bij het regelen van een ziekenhuisopname moet er altijd contact worden gelegd tussen de forensische arts en een arts van het ziekenhuis dan wel het JMC.
- c. Niet van toepassing op terminale of psychiatrische patiënten. Dit protocol ziet niet op terminale of psychiatrische patiënten.
- – De politie constateert dat een veroordeelde een medisch probleem (of een handicap) heeft. Indien er geen sprake is van een ernstig medisch probleem wordt de veroordeelde meegenomen naar het politiebureau en wordt de procedure onder 3. gestart.
- – De politie informeert het CJIB/ OME over de geconstateerde problemen van de veroordeelde.
- – Het CJIB/ OME neemt een beslissing over de vraag of het arrestatiebevel al dan niet wordt teruggenomen.
- – Na het terugvragen van het arrestatiebevel vraagt het CJIB/OME aan het BIMA, van de DJI advies inzake de actuele en toekomstige detentiegeschiktheid van de veroordeelde. Dit advies wordt zo spoedig mogelijk gegeven. Het BIMA zal het CJIB/OME na 4 tot 6 weken (telefonisch) berichten wanneer er nog geen advies gegeven kan worden (bijv. omdat de informatie van de behandelend arts nog niet ontvangen is of wanneer een diagnose nog niet gesteld kan worden).
- – Op basis van het door BIMA ontvangen advies neemt het CJIB/OME na overleg met de executieofficier of executie-ag een beslissing over het te volgen traject met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de vonnissen en/ of maatregelen van de veroordeelde.
- – Indien het advies van BIMA een plaatsing van de veroordeelde betreft met specifieke randvoorwaarden stuurt het CJIB/ OME een verzoek aan het BCL, inclusief het advies van het BIMA, om een specifieke detentieplaats of plaats in het JMC voor de veroordeelde te reserveren.
- – Zodra, op basis van een bericht van het BCL, een datum van plaatsing in een penitentiaire inrichting (PI) of in het JMC bekend is, stuurt het CJIB/ OME een arrestatiebevel aan de politie om de veroordeelde te arresteren op de datum waarop een plaats in een PI of het JMC is gereserveerd.
- – Op het plaatsingsverzoek aan het BCL wordt door het CJIB/OME de gereserveerde detentieplaats aangegeven.
- – Het CJIB/ OME informeert de DV&O omtrent specifieke maatregelen voor het vervoer van de veroordeelde.
- – Het BCL informeert de PI/het JMC over de plaatsing.
- – Het BIMA informeert, indien van toepassing, zowel de PI (hoofd medische dienst) als het JMC over de medische omstandigheden.
- – De politie constateert dat een veroordeelde of een in verzekering of in bewaring gestelde verdachte (ernstige) medische problemen heeft, op het moment dat betrokkene reeds is ingesloten in een politiecel.
- – De politie schakelt de forensische arts in voor medisch advies en/ of verzorging.
- – Heeft de forensisch arts geconstateerd dat er medische contra-indicaties bestaan tegen een voortgezet verblijf in een politiecel, dan wordt de beslissing over de voortzetting van het verblijf door de hulpofficier van Justitie voorgelegd aan de zaaks- of piketofficier van Justitie (bij in verzekering gestelde verdachten), of aan de executie- of piketofficier van Justitie (bij veroordeelden of inbewaring gestelde verdachten). Deze beslist of de verdachte of veroordeelde moet worden gehouden.
- – Is plaatsing in een PI volgens de forensisch arts mogelijk, dan verzendt het CJIB/OME c.q. het parket het verzoek tot plaatsing met de relevante medische bijzonderheden aan het BCL die een plaats in een PI reserveert.
- – Bij problemen met een eerste plaatsing als gevolg van medische problematiek kan bemiddeling tussen de medische adviseur van het BIMA en het hoofd medische dienst van de PI plaatsvinden om een plaatsing te realiseren.
- – Indien er sprake is van een situatie waarvoor plaatsing in een ziekenhuis noodzakelijk is, neemt de forensisch arts telefonisch contact met het JMC teneinde de mogelijkheid tot plaatsing aldaar te bespreken (www.penziekenhuis.nl). Is plaatsing in het JMC niet mogelijk, of is de situatie acuut, dan neemt de forensisch arts contact op met een regulier ziekenhuis.
- – Indien plaatsing in een ziekenhuis/JMC aan de orde is wordt dit op het plaatsingsverzoek door het CJIB/OME aan het BCL doorgegeven.
- – Bij plaatsing in een regulier ziekenhuis draagt het BCL zorg voor de administratieve plaatsing in een PI
- – De politie regelt in opdracht van de forensisch arts het vervoer per ambulance of ander speciaal (invaliden)vervoer naar het ziekenhuis/JMC (Let op: de kosten zijn uitsluitend voor DJI wanneer het een veroordeelde of een in bewaring gestelde verdachte betreft. De kosten van het transport van in verzekering gestelde verdachten zijn voor rekening van de politie. DJI heeft hier geen taak. Zie onder Notabene punt a.).
- – De bewaking in een regulier ziekenhuis wordt uitgevoerd door de regiopolitie tot het moment waarop de bewaking wordt overgenomen door personeel van de PI waar de gedetineerde administratief is ingeschreven. De DV&O neemt op verzoek van de directeur van de penitentiaire inrichting de bewakingstaak zo spoedig mogelijk over. (Let op. De bewaking van in verzekering gestelde verdachten wordt uitgevoerd door de regiopolitie. DJI heeft hier geen taak. Zie onder Notabene punt a.).
- – Wanneer langer verblijf in een regulier ziekenhuis niet langer noodzakelijk is, wordt de veroordeelde of in bewaring gestelde verdachte geplaatst in de PI waar deze administratief is ingeschreven of tijdelijk in het JMC in afwachting van voldoende herstel. Deze plaatsing wordt gerealiseerd door de PI waar betrokkene administratief staat ingeschreven.
- – Wanneer de veroordeelde of in bewaring gestelde verdachte niet langer in het JMC behoeft te verblijven, wordt deze eveneens geplaatst in een PI waar hij/zij administratief staat ingeschreven. De vervoersopdracht wordt door het JMC aan de DV&O gegeven.
- – De medewerker van DV&O constateert dat een veroordeelde/in bewaring gestelde verdachte (ernstige) medische problemen heeft tijdens het vervoer in het voertuig van DV&O.
- – DV&O rijdt naar het dichtst bijzijnde politie bureau met een cellencomplex, of naar een arts of het dichtst bijzijnde ziekenhuis (zie Vervoersinstructie DV&O artikel 5.5).
- – De politie schakelt de forensisch arts in voor medisch advies en/ of verzorging.
- – Heeft de forensisch arts geconstateerd dat er geen bezwaar is tegen een voortgezet vervoer in een voertuig van de DV&O, dan neemt de politie rechtstreeks contact op met DV&O. Een ander voertuig zal op basis van de bestaande transportorder worden ingezet om de veroordeelde/in bewaring gestelde verdachte verder te vervoeren.
- – Doet vorenstaande omstandigheid zich voor maar is vervoer dezelfde dag niet meer mogelijk, dan sluit DV&O de transportorder en zal veroordeelde /in bewaring gestelde verdachte een nacht moeten doorbrengen in de politiecel onder de nodige voorzorgsmaatregelen op medisch gebied. DV&O informeert de PI dat plaatsing die dag geen doorgang heeft.
- – De volgende dag meldt de politie de veroordeelde /in bewaring gestelde verdachte volgens de gebruikelijke procedures aan bij DV&O. Aangezien dit een voorgezet DV&O transport betreft zal DV&O het vervoer in alle gevallen verzorgen.
- – Heeft de forensisch arts geconstateerd dat er medische contra-indicaties bestaan tegen een voortgezet vervoer in een voertuig van DV&O, dan wordt de beslissing over de voortzetting van het verblijf door de hulpOfficier van Justitie voorgelegd aan de zaaks- of piketofficier van Justitie (bij inverzekeringgestelden), of aan de executie- of piketofficier van Justitie (bij veroordeelden/in bewaring gestelde verdachten). Deze beslist of de veroordeelde/in bewaring gestelde verdachte moet worden gehouden.
- – Indien er sprake is van een situatie waarvoor plaatsing in een ziekenhuis noodzakelijk is neemt de forensisch arts telefonisch contact met het JMC teneinde de mogelijkheid tot plaatsing aldaar te bespreken (www.penziekenhuis.nl). Is plaatsing in het JMC niet mogelijk, of is de situatie acuut, dan neemt de forensisch arts contact op met een regulier ziekenhuis.
- – Indien plaatsing in een ziekenhuis/JMC aan de orde is dan stelt de politie het CJIB/OME hiervan op de hoogte.
- – Het CJIB/OME informeert het BCL middels een fax/mail over de plaatsing in het ziekenhuis/JMC.
- – Bij plaatsing in regulier ziekenhuis draagt het BCL zorg voor de administratieve plaatsing van veroordeelde / in bewaring gestelde verdachte in een PI.
- – De politie regelt het vervoer per ambulance of ander speciaal (invaliden)vervoer naar het ziekenhuis/JMC. Gelet op het feit dat de medische omstandigheid bij de veroordeelde / in bewaring gestelde verdachte dit geval optreedt op het moment dat de persoon onder verantwoordelijkheid van DV&O wordt vervoerd, zijn de kosten in dit bijzondere geval altijd voor rekening van DJI.
- – De bewaking in een regulier ziekenhuis wordt uitgevoerd door de regiopolitie tot het moment waarop de bewaking wordt overgenomen door personeel van de PI waar de gedetineerde administratief is ingeschreven. De DV&O neemt op verzoek van de directeur van de penitentiaire inrichting de bewakingstaak zo spoedig mogelijk over.
- – Zodra de toestand van de veroordeelde / in bewaring gestelde verdachte stabiel is en een langer verblijf in een regulier ziekenhuis niet noodzakelijk is, wordt hij/zij geplaatst in de PI waar deze administratief is ingeschreven of tijdelijk in het JMC in afwachting van voldoende herstel. Deze plaatsing wordt gerealiseerd door de PI waar betrokkene administratief staat ingeschreven.
- – Als de veroordeelde / in bewaring gestelde verdachte niet langer in het JMC behoeft te verblijven, wordt deze eveneens geplaatst in een PI. De vervoersopdracht wordt door het JMC aan de DV&O gegeven.