Art. 5a Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Beleidsregels Regeling GLB-inkomenssteun 2006

Ingevolge artikel 21a, vierde lid, van de Regeling GLB-inkomenssteun 2006, wordt een perceel landbouwgrond niet voor de uitvoering van de landbouw gebruikt of beschikbaar gehouden indien:

a. het perceel een recreatieve functie kent, blijkend uit het feit dat het perceel wordt betreden of gebruikt ten behoeve van vrijetijdsbesteding, zoals:

1. parken;

2. speelweides;

3. sportvelden, zoals voetbalvelden of golfbanen;

4. onverharde landingsbanen voor luchtsport en luchtvaarthobby’s;

5. kampeerterreinen;

6. moestuinen;

7. siertuinen, zoals bloemen- en kruidentuinen;

8. gazons;

9. erven, inclusief opslagplaatsen, smalle stroken langs gebouwen of kassen;

10. springweides;

11. paardenbakken;

12. dressuurplaatsen;

13. uitloopbakken;

14. geitenweides;

15. kinderboerderijen;

b. het perceel hoofdzakelijk een verkeerskundige of infrastructurele functie kent, zoals:

1. bermen langs geasfalteerde of verharde doorgaande wegen;

2. bermen langs parkeerterreinen of toegangspaden;

3. onverharde, maar permanente paden;

4. stroken grasland langs verharde landingsbanen voor vliegverkeer;

c. het perceel een bovenste bodemlaag heeft die vanwege in Nederland gebruikelijke natuurlijke omstandigheden zoals getijde, neerslag, of grondwaterstand, onbruikbaar zijn voor de landbouw zoals:

1. slikken;

2. schorren en kwelders, tenzij deze beteelbaar of beweidbaar zijn in de aaneengesloten periode tussen 31 mei en 31 augustus.

Uitspraken die dit artikel aanhalen