Art. 3 Verordening HBAG bestemmingsheffing pootgoedfonds 2010, Onvoorziene gevallen

Verordening HBAG bestemmingsheffing pootgoedfonds 2010

In gevallen waarin de strikte toepassing van deze verordening tot kennelijke onbillijkheden leidt, is de voorzitter van het hoofdbedrijfschap namens het bestuur van het hoofdbedrijfschap bevoegd – gelet op het belang dat deze verordening beoogt te beschermen en gehoord de commissie pootaardappelen van het hoofdbedrijfschap – al dan niet onder het stellen van voorwaarden geheel of gedeeltelijk ontheffing van de betaling van de heffing te verlenen, van welke beslissing hij onverwijld kennis geeft aan de commissie pootaardappelen van het hoofdbedrijfschap.