Bijlage 1 Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik: begrippenlijst
Aanwijzing opsporing en vervolging inzake seksueel misbruik
- Bevoegd zedenrechercheur: De opsporingsambtenaar, als bedoeld in artikel 141 onder a, b en c Sv, die zowel voldoet aan de kwaliteitsnorm als aan de uitvoeringsnorm;
- Zedenrechercheur in opleiding: De opsporingsambtenaar, als bedoeld in artikel 141 onder a, b en c Sv, kort voorafgaande aan of tijdens de opleiding tot bevoegd zedenrechercheur, onder de voorwaarde van inhoudelijke begeleiding door een bevoegd zedenrechercheur;
- Kwaliteitsnorm: Met goed gevolg hebben voldaan aan de proeve van bekwaamheid, behorende bij het competentieprofiel van ‘Recherchemedewerker, die overwegend belast wordt met onderzoek in zedenzaken in zowel afhankelijkheid – als niet-afhankelijkheidsrelaties’;
- Uitvoeringsnorm: De opsporingsambtenaar, als bedoeld in artikel 141, onder a. b en c Sv, die overwegend belast is met de afwikkeling van zedenmisdrijven, voor tenminste 24 uur per werkweek.;
- Verhoorder in de kindvriendelijke studio: De opsporingsambtenaar die het verhoor in een kindvriendelijke studio afneemt en die is gecertificeerd voor de opleiding ‘Het verhoren van jonge of verstandelijk beperkte getuigen’, dan wel deze opleiding volgt. Indien het laatste het geval is, vindt het verhoor plaats onder begeleiding van een aan die opleiding verbonden docent. Ook kan het verhoor in bijzondere gevallen worden afgenomen door een deskundige;
- Regisseur in de kindvriendelijke studio: De opsporingsambtenaar die de audiovisuele vastlegging van het verhoor in een kindvriendelijke studio technisch verzorgt en is gecertificeerd voor de opleiding ‘Het verhoren van jonge of verstandelijk beperkte getuigen’dan wel deze opleiding volgt. Indien het laatste het geval is, vindt de registratie plaats onder begeleiding van een aan die opleiding verbonden docent dan wel een op dit gebied gecertificeerde verhoorder;
- Beheerder verhoorregistraties: De door een korpschef/werkgever aangewezen coördinator die verantwoordelijk is voor:
- • beheer en planning van het gebruik van de verhoorruimtes met registratieapparatuur en regiekamer(s);
- • het verstrekken van registraties;
- • het geheel of gedeeltelijk laten kennisnemen van registraties.
- Allround politiemedewerker, niveau 4: De opsporingsambtenaar, als bedoeld in artikel 141 onder a, b en c Sv, die heeft voldaan aan de bekwaamheden, behorende bij het competentieprofiel van ‘allround-politiemedewerker, niveau 4, met betrekking tot het optreden bij zedendelicten’; een en ander voor zover dit het opnemen betreft van een aangifte van een schenniszaak, als omschreven in artikel 239 van het Wetboek van Strafrecht.
- Tijdlijn: Een gestructureerd en schematisch overzicht, dat inzicht geeft in de ontstaansgeschiedenis van de zaak en waaruit duidelijk wordt welke informatie aanwezig is dan wel ontbreekt. In de tijdlijn wordt opgenomen wie met wie spreekt, welke handelingen er zijn verricht op welke momenten, waarover en op welk tijdstip specifieke informatie naar buiten is gebracht via bijvoorbeeld voorlichting, pers, internet, etc.
- Zedenvoorbehouden handelingen: Handelingen tijdens het opsporingsproces, waarbij en waarvoor specifieke deskundigheid vereist is, welke behoort tot de competenties van de bevoegd zedenrechercheur, de zedenrechercheur (in opleiding) en de verhoorder in de kindvriendelijke studio;
- Verstandelijke beperking: Er is sprake van een verstandelijke beperking, wanneer een persoon als gevolg van beperking van de intellectuele vermogens minder vaardig is in het uitoefenen van bezigheden op het gebied van wonen, werken, leren, communicatie, of bij het gebruik van vervoer of andere voorzieningen in de samenleving. Of er sprake is van een persoon met een verstandelijke beperking is aan de oordeelsvorming van de opsporingsambtenaar. Bij twijfel over de intellectuele vermogens van de te verhoren persoon dient de persoon in kwestie behandeld te worden als ware hij een persoon met verstandelijke beperkingen.;
- Cognitieve functiestoornis: Er is sprake van een cognitieve functiestoornis, wanneer een persoon een ziekte heeft (bijvoorbeeld Parkinson of Alzheimer) of hersenschade heeft opgelopen (bijvoorbeeld hersenbloeding, -infarct of -letsel) met gevolgen voor de cognitieve functies: waarneming, geheugen, denken, taal/spraak, aandacht, concentratie, executieve functies en motoriek. Of er sprake is van een persoon met een cognitieve functiestoornis kan blijken uit voorinformatie of tijdens contact met de betrokkene;