Art. 267 Faillissementswet BES, Van surséance van betaling
1. Indien de rechter in eersten aanleg den schuldenaar in staat van faillissement heeft verklaard, heeft deze recht van hooger beroep tegen de faillietverklaring gedurende de acht dagen na den dag, waarop de termijn van artikel 259 ongebruikt verstreken is of het Hof van Justitie de verbetering van het proces-verbaal geweigerd heeft.
2. Het hooger beroep wordt ingesteld door indiening van eene memorie ter griffie van het betrokken gerecht in eersten aanleg. De griffier handelt vervolgens overeenkomstig het bepaalde in artikel 210.