Art. 225 Faillissementswet BES, Van de verleening van surséance van betaling en hare gevolgen

Faillissementswet BES

1. Niettemin is degene die een schuld aan de boedel of een vordering op de boedel vóór de aanvang van de surséance van een derde heeft overgenomen, niet bevoegd tot verrekening, indien hij bij de overneming niet te goeder trouw heeft gehandeld.

2. Na de aanvang van de surséance overgenomen vorderingen of schulden kunnen niet worden verrekend.

3. De artikelen 51 en 52 zijn van overeenkomstige toepassing.