Art. 116 Faillissementswet BES, Van de verificatie van de schuldvorderingen
1. De vorderingen, welke niet betwist worden, worden overgebracht op eene in het proces-verbaal opgenomen lijst van erkende schuldeischers. Op het papier aan order en aan toonder teekent de curator de erkenning aan.
2. De schuldvorderingen, van welke de curator de beëediging heeft gevorderd, worden voorwaardelijk toegelaten, totdat door het al of niet afleggen van den eed op den bij het eerste lid van artikel 115 bedoelden tijd over hare toelating definitief zal zijn beslist.
3. Het proces-verbaal van de vergadering wordt onderteekend door den rechter-commissaris en den griffier.
4. De in het proces-verbaal van de vergadering opgeteekende erkenning van eene vordering heeft in het faillissement kracht van gewijsde zaak. Alleen op grond van bedrog is de curator bevoegd, daarvan vernietiging te vorderen.