Art. 3:2 Regeling hybride instrumenten verzekeraars Wft 2010, Gelijkstelling van hybride instrumenten met aanvullend kapitaal
Regeling hybride instrumenten verzekeraars Wft 2010
Vermogensbestanddelen als bedoeld in artikel 96, onderdelen a en b, van het Besluit waaraan een calloptie of een renteopstap is verbonden, voldoen uitsluitend aan de eisen van voornoemde artikelen van het Besluit, indien:
a. in het geval van een calloptie: de calloptie slechts uitoefenbaar is op initiatief van de verzekeraar en met toestemming van DNB;
b. in het geval van een renteopstap: de renteopstap voldoet aan de eisen, bedoeld in artikel 2:6, met dien verstande dat:
1. het in artikel 2:6, onderdeel b, genoemde aantal verstreken kalenderjaren minimaal vijf is;
2. de in artikel 2:6, onderdeel c, genoemde maximale waarden van de renteopstap bij effectuering na vijf jaar wordt gehalveerd en bij effectuering van de renteopstap tussen vijf en tien jaar rechtlijnig mag worden geïnterpoleerd;