Bijlage 1a Regeling examenreglement en PTA staatsexamens vwo-havo-vmbo 2011: bij de regeling examenreglement en pta staatsexamens vwo-havo-vmbo 2011 van 28 september 2010, nummer cve-10.0991
Regeling examenreglement en PTA staatsexamens vwo-havo-vmbo 2011
Volgens artikel 2 lid 3a van de Wet College voor examens stelt het College voor examens bij regeling het examenreglement vast. Het navolgende strekt tot uitvoering hiervan. Voor de toepassing van dit Reglement wordt verstaan onder: De medewerkers bij het staatsexamen worden benoemd overeenkomstig artikel 2 lid 3c van de Wet College voor examens. Het staatsexamen in een vak bestaat uit een centraal examen en/of een college-examen. Het centraal examen is identiek aan het centraal examen voor de dagscholen en de dag/avondscholen. Het college-examen bestaat uit: Het staatsexamen wordt afgenomen overeenkomstig het desbetreffende examenprogramma, vastgesteld op grond van artikel 7 van het eindexamenbesluit vwo-havo-mavo-vbo. Ten aanzien van het college-examen geldt dat: Het College voor examens stelt jaarlijks voor elk vak op grond van de wet College voor examens artikel 4a een programma van toetsing en afsluiting vast in de vorm van vakinformatie. Deze vakinformatie bevat, naast de door Onze Minister vastgestelde onderwerpen voor het centraal examen, regels omtrent alle onderdelen van het college-examen. De artikelen 11, 12, 13 en 22 van het Eindexamenbesluit v.w.o. -h.a.v.o. -m.a.v.o. -v.b.o. hebben betrekking op de vakken voor het behalen van het diploma vwo, havo en/of vmbo. Zie de bijlagen 1, 2 en 3. Het examendossier is het geheel van de onderdelen van het college-examen, zoals dit door het College voor examens in de vakinformatie is vastgelegd. Werkstukken, boekenlijsten, artikelen, songteksten/gedichten (zie de vakinformatie) dienen vóór 1 mei van het betreffende examenjaar in tweevoud opgestuurd te worden naar DUO, afdeling staatsexamens vwo-havo-vmbo, Postbus 30158, 9700 LK Groningen. Van het tijdig ingezonden materiaal ontvangt de kandidaat een ontvangstbevestiging. Een uitzondering vormen de werkstukken voor tekenen en handvaardigheid: deze dienen te worden meegebracht naar het college-examen. De examinatoren moeten voor aanvang van het mondeling examen het in
- Onze Minister: onze Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.
- Staatsexamen: het staatsexamen ter verkrijging van een diploma vwo, havo, of vmbo.
- Deelstaatsexamen: het examen in één of meer van de voor het staatsexamen voorgeschreven vakken.
- Centraal examen: het centraal examen bedoeld in art. 4 lid 1 van het Besluit Staatsexamens.
- College-examen: het college-examen bedoeld in art. 4 lid 1 van het Besluit Staatsexamens.
- Examenonderdeel: het centraal examen of het college-examen.
- College voor examens: het College genoemd in artikel 2, eerste lid, van de Wet College voor examens.
- DUO: Dienst Uitvoering Onderwijs, onderdeel van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Commissie staatsexamens VO: commissie namens het College voor examens belast met het organiseren en afnemen van staatsexamens Voortgezet Onderwijs.
- a. een schriftelijke toets en een mondeling examen, of
- b. een schriftelijke toets, of
- c. een mondeling examen, of
- d. een praktisch examen.
- a. keuzen die ingevolge het in het tweede lid bedoelde examenprogramma moeten of kunnen worden gemaakt door de school, worden gemaakt door het College voor examens, en
- b. het College voor examens kan afwijken van de voorschriften met betrekking tot het schoolexamen die om praktische redenen in het college-examen niet uitvoerbaar zijn, met dien verstande dat het college-examen zoveel mogelijk gelijkwaardig blijft aan het schoolexamen.
- a. in het eerste tijdvak verhinderd is bij één of meer schriftelijke toetsen of examens, wordt hij in de gelegenheid gesteld in het tweede tijdvak zo veel mogelijk gemiste toetsen en examens alsnog af te leggen;
- b. niet in staat is al zijn schriftelijke toetsen en examens in het eerste en tweede tijdvak af te leggen, krijgt hij uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak, maar voor niet meer vakken dan nodig zijn voor een profiel (vwo en havo) of een sector (vmbo), met dien verstande dat een kandidaat die examen doet in meerdere schoolsoorten, slechts voor één schoolsoort uitstel naar het derde en zo nodig vierde tijdvak kan krijgen.
- a. het toekennen van het cijfer 1 voor een toets van het college-examen of het centraal examen;
- b. het ontzeggen van de deelname of de verdere deelname aan één of meer toetsen van het college-examen of het centraal examen van het betreffende vak;
- c. het ongeldig verklaren van één of meer toetsen van het reeds afgelegde deel van het college-examen of het centraal examen;
- d. minder vergaande maatregelen dan die, bedoeld onder a tot en met c.
- • één of meer door de staatsexamencommissie uitgereikte cijferlijsten;
- • één of meer door het College voor examens uitgereikte cijferlijsten;
- • één (!) cijferlijst van een school voor voortgezet onderwijs;
- • één of meer cijferlijsten van instellingen voor educatie en beroepsonderwijs;
- • één of meer door de staatsexamencommissie uitgereikte bewijzen van ontheffing;
- • één of meer door het College voor examens uitgereikte bewijzen van ontheffing.
- a. voor zover van toepassing voor het sectorwerkstuk de beoordeling ‘goed’ of ‘voldoende’ heeft behaald, en
- b.
- 1. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger, of
- 2. voor ten hoogste één van zijn examenvakken het eindcijfer 4 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarbij ten minste één 7 of hoger, of
- 3. voor twee van zijn examenvakken het eindcijfer 5 heeft behaald en voor zijn overige examenvakken een 6 of hoger waarbij ten minste één 7 of hoger.
- a. en
- 1. voor alle vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, of
- 2. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, of
- 3. voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 4 en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt, of
- 4. voor twee van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 5 heeft behaald dan wel voor één van de vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld als eindcijfer 4 en voor één van deze vakken als eindcijfer 5 heeft behaald, en voor de overige vakken waarvoor een eindcijfer is vastgesteld, als eindcijfer 6 of meer heeft behaald, en het gemiddelde van de eindcijfers tenminste 6,0 bedraagt
- b. voor geen van de onderdelen genoemd in het derde lid een eindcijfer lager dan 4 heeft behaald.
- – voor havo: maatschappijleer en het profielwerkstuk,
- – voor vwo: maatschappijleer, algemene natuurwetenschappen en het profielwerkstuk.
- a. literatuur,
- b. klassieke culturele vorming,
- c. algemene natuurwetenschappen in het havo,
- d. godsdienst of levensbeschouwelijk vormingsonderwijs.
- – het profiel waarin het examen is afgelegd (voor vwo en havo);
- – de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
- – de vakken waarvoor een ontheffing is verleend, voor zover zij bij de uitslag zijn betrokken;
- – de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
- – het combinatiecijfer (vwo en havo)
- – de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;
- – het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;
- – de uitslag ‘geslaagd’.
- – het profiel waarvoor het examen is afgelegd (voor vwo en havo);
- – de sector/sectoren en de leerweg (vmbo);
- – de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
- – de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
- – het combinatiecijfer (vwo en havo)
- – de samenstellende onderdelen van het combinatiecijfer en de daarvoor behaalde cijfers;
- – het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan;
- – de uitslag ‘afgewezen’.
- – de vakken waarin de kandidaat is geëxamineerd;
- – de leerweg (vmbo);
- – de cijfers voor het centraal examen en/of het college-examen en het eindcijfer per vak;
- – het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk en het vak / de vakken waarop het profielwerkstuk betrekking heeft, dan wel het onderwerp of de titel van het sectorwerkstuk en de beoordeling daarvan.
- a. het vak of de vakken waarvoor hij een eindcijfer 6 of meer heeft behaald,
- b. voor het vwo en het havo het vak of de vakken en het onderwerp of de titel van het profielwerkstuk indien hij hiervoor het eindcijfer 6 of meer heeft behaald , en
- c. voor het vmbo het thema van het sectorwerkstuk, indien dit beoordeeld is met «goed» of «voldoende»,
- • Cultuur en maatschappij
- • Economie en maatschappij
- • Natuur en gezondheid
- • Natuur en techniek
- • Cultuur en maatschappij
- • Economie en maatschappij
- • Natuur en gezondheid
- • Natuur en techniek
- 1. Het gemeenschappelijk deel Onafhankelijk van de gekozen sector zijn de volgende gemeenschappelijke vakken verplicht:
- • Nederlandse taal,
- • Engelse taal,
- • Maatschappijleer 1 (gemeenschappelijk deel).
- 2. Het sectordeel Er kan gekozen worden uit vier verschillende sectoren, elk met verschillende verplichte vakken
- a. sector Techniek
- • wiskunde
- • natuur- en scheikunde 1
- b. sector Zorg en welzijn
- • biologie
- • één van de vakken: wiskunde, maatschappijleer 2, geschiedenis en staatsinrichting, aardrijkskunde
- c. sector Economie
- • economie
- • één van de vakken: Franse taal, Duitse taal, wiskunde .
- d. • sector Landbouw
- • wiskunde
- • één van de vakken: biologie, natuur- en scheikunde 1
- 3. Het vrije deel Twee algemene vakken, te kiezen uit (voor zover deze vakken geen onderdeel zijn van het sectorgebonden deel):
- • talen: Fries, Frans, Duits, Spaans, Turks, Arabisch1Het sectordeel en het vrije deel moeten tezamen tenminste twee vakken omvatten die geen moderne vreemde taal zijn.;
- • maatschappijvakken: economie, aardrijkskunde, geschiedenis en staatsinrichting, maatschappijleer 2;
- • exacte vakken: wiskunde, natuur- en scheikunde 1, natuur- en scheikunde 2, biologie;
- • beeldende vakken 2: handenarbeid, tekenen, textiele werkvormen2Van de vakken handenarbeid, tekenen en textiele werkvormen kan er slechts één bij de uitslagbepaling betrokken worden.;
- • muziek.