Bijlage 2 ROS: voorschriften voor de jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen
Deze bijlage bevat voorschriften voor het opstellen van de jaarverslaggeving van door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) gesubsidieerde niet-onderwijsinstellingen als bedoeld in artikel 24 van de Regeling OCW-subsidies, verder te noemen: grote niet-onderwijsinstellingen.
- 1. Titel 9, met uitzondering van de afdelingen 1 en 11 tot en met 16, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van toepassing op de jaarverslaggeving van grote niet-onderwijsinstellingen.
- 2. De Richtlijnen voor de jaarverslaggeving voor grote en middelgrote rechtspersonen van de Raad voor de Jaarverslaggeving zijn van toepassing op de jaarverslaggeving van grote niet-onderwijsinstellingen. Hiervan zijn in het bijzonder de richtlijnen RJ 400 Jaarverslag en RJ 640 Organisaties-zonder-winststreven van belang als uitgangspunt voor de inrichting van de jaarverslaggeving.
- 3. De minister kan, al dan niet in afwijking van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, modellen vaststellen voor de jaarverslaggeving van grote niet-onderwijsinstellingen en voor de informatie die die instellingen moeten verstrekken op grond van de Wet Normering Topinkomens. Voor de verantwoording van projectsubsidies van € 125.000 of meer moet bij de jaarverslaggeving het bijgevoegde model Verantwoording van projectsubsidies worden gevoegd.
- 4. Indien een grote niet-onderwijsinstelling nauwe banden onderhoudt met gelieerde rechtspersonen die een noemenswaardige invloed hebben op het resultaat of het functioneren van de instelling, is het in afwijking van de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving niet verplicht de jaarrekeningen te consolideren. De jaarrekening van grote niet-onderwijsinstellingen gaat vergezeld van de jaarrekening van gelieerde rechtspersonen. Er is sprake van gelieerde rechtspersonen wanneer een rechtspersoon feitelijk beleidsbepalende invloed kan uitoefenen op een andere rechtspersoon, bijvoorbeeld door middel van het benoemen van bestuursleden.
- 5. Een grote niet-onderwijsinstelling neemt in de jaarrekening een kasstroomoverzicht op dat zoveel mogelijk voldoet aan richtlijn RJ 360 Kasstroomoverzicht.
- 6. In de jaarrekening wordt de balanspost ‘Eigen Vermogen’ zodanig ingericht, dat onderscheid wordt gemaakt tussen middelen die afkomstig zijn uit ’s Rijks kas, en middelen die worden beschouwd als private geldstromen.
- 7. Indien een grote niet-onderwijsinstelling op grond van een wettelijk voorschrift of de subsidiebeschikking een egalisatiereserve (artikel 4:72 Algemene wet bestuursrecht) heeft gevormd, wordt deze opgenomen onder de bestemmingsfondsen publiek.
- 8. Afwijkingen van deze Voorschriften voor jaarverslaggeving niet-onderwijsinstellingen worden in het jaarverslag uitdrukkelijk genoemd en gemotiveerd.