Art. 29 Besluit buitengewone agenten van politie 1966 BES, Opsporingsbevoegdheden

Besluit buitengewone agenten van politie 1966 BES

1. De buitengewoon agent van politie en zijn werkgever zorgen ervoor dat hij blijft beschikken over de bekwaamheid en de betrouwbaarheid voor de uitoefening van opsporingsbevoegdheden. Hij werkt mee aan de regelmatige toetsing van de bekwaamheid en volgt in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen een bijscholingsprogramma waarmee Onze Minister heeft ingestemd.

2. De buitengewoon agent van politie woont de door Onze Minister en zijn werkgever aangewezen bijeenkomsten bij, waarin onderricht wordt gegeven in zaken welke verband houden met de uitoefening van opsporingsbevoegdheden.