Art. 908 BW BES Boek 4, Van uiterste willen

Burgerlijk Wetboek BES Boek 4 (BW BES Boek 4)

1. De bepaling waarbij een derde, of, bij diens vooroverlijden, al deszelfs kinderen, reeds geboren of die nog zullen worden geboren, zijn geroepen tot het geheel of tot een gedeelte van hetgeen de erfgenaam of legataris, bij zijn overlijden, van de erfenis of van het legaat onvervreemd of onverteerd zal overlaten, is geen verboden erfstelling over de hand.

2. Door zodanige erfstelling of legaat mag de erflater zijn erfgenamen, aan welke een wettelijk erfdeel toekomt, niet benadelen.