Art. 1116 BW BES Boek 4, Van inbreng
Burgerlijk Wetboek BES Boek 4 (BW BES Boek 4)
1. Giften, welke aan de ene echtgenoot door een der ouders van de andere echtgenoot gedaan zijn, zijn zelfs voor de helft niet aan inbreng onderworpen, al ware het ook, dat de geschonken voorwerpen in de gemeenschap vielen.
2. Indien de giften gezamenlijk aan de beide echtgenoten door de vader of de moeder van een hunner gedaan zijn, moet de inbreng voor de helft plaatshebben.
3. Wanneer de giften aan de echtgenoot door zijn eigen vader of zijn eigen moeder gedaan zijn, moet hij dezelve voor het geheel inbrengen.