Art. 257 BW BES Boek 3, Pandrecht
Burgerlijk Wetboek BES Boek 3 (BW BES Boek 3)
Indien degene die uit hoofde van een pandrecht een zaak onder zich heeft, in ernstige mate in de zorg voor de zaak tekortschiet, kan de rechter in eerste aanleg op vordering van de pandgever of een pandhouder bevelen dat de zaak aan een van hen wordt afgegeven of in gerechtelijke bewaring van een derde wordt gesteld.