Bijlage 2 Wet publieke gezondheid BES: programma van eisen sanitaire controle van schepen
In dit document staan de WHO-normen1WHO Interim technical advice for inspection and issuance of ship sanitation certificates, August 2007.http://www.who.int/csr/ihr/travel/TechnAdvSSC.pdfwaaraan wordt getoetst opdat voor een schip een certificaat van sanitaire controle of een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle kan worden afgegeven. Per WHO-norm worden controlepunten aangegeven waaruit kan blijken dat men aan deze norm voldoet. Deze controlepunten vormen de leidraad voor een inspectie ten behoeve van het verkrijgen van een certificaat. In de WHO-normen zijn extra eisen opgenomen voor ‘grote schepen’. Met ‘grote schepen’ wordt door de WHO bedoeld ‘passagiersschepen’. De definitie van een passagiersschip is ‘een schip ingericht voor meer dan 12 opvarenden anders dan bemanningsleden’. In dit programma van eisen zijn de extra normen voor deze passagiersschepen aangegeven via een kader om de tekst. De keukenmedewerkers die zich bezig houden met het bereiden van voedsel, zijn op de hoogte van de reinigingsprocedures, de bewaarnormen van levensmiddelen en de bereidingswijzen. Als voorbeeld weten de betrokken keukenmedewerkers de minimum en maximum temperaturen voor het bewaren en bereiden van levensmiddelen en zijn ze in staat om zodanig te werken dat ze kruisbesmettingen voorkomen. De keukenmedewerkers laten zien wanneer en op welke wijze de handen moeten worden gewassen en dat hun persoonlijke hygiëne aan de normen voldoet. De keukenmedewerkers zijn in het bezit van de benodigde opleidingscertificaten verkregen bij een relevante opleiding voor het behandelen en het bereiding van voedsel. Het kennisniveau wordt bijgehouden en indien bijscholing vereist is, zal deze worden gevolgd. Hiervan worden registraties bijgehouden. Voedsel zal worden verkregen van bronnen aan de wal die door de lokale overheid daarvoor als geschikt worden bevonden. De producten dienen schoon, onbeschadigd en vrij van bederf te zijn en mogen niet op andere manieren een gevaar voor de
- • Toon aan dat de keukenmedewerkers op de hoogte zijn van de afspraken/werkinstructies met betrekking tot onder andere persoonlijke hygiëne, reiniging, hygiënische werkwijze, temperatuur- en bewaarnormen.
- • Zorg dat de keukenmedewerkers de handen wassen met water en vloeibare zeep en tenminste op de volgende momenten:
- – bij aanvang van het werk en na iedere pauze;
- – bij wisselen van werkzaamheden;
- – na werken met rauwe producten;
- – na toiletbezoek, neus snuiten en niezen;
- – bij aanvang van het portioneren en de uitgifte.
- • Toon aan dat er een opleiding- en bijscholingsplan is voor de keukenmedewerkers.
- • Registreer per medewerker de gevolgde training, opleiding en bijscholing op het gebied van voedselveiligheid.
- • Leg vast aan welke eisen een product tijdens de ontvangst moet voldoen.
- • Controleer bij aflevering op het schip of de producten schoon zijn, onbeschadigd, vrij van bederf zijn en de temperatuur voldoet aan de norm zoals in WHO norm 2.3.3. Controleer ook op de houdbaarheidsdatum of de ‘te gebruiken tot’ termijn. Registreer de bevindingen in een logboek.
- • Accepteer geen producten waarvan geconstateerd is dat zij niet voldoen aan de norm.
- • Hanteer het first in, first out (FIFO) principe voor de opslag van producten.
- • Controleer de binnenkomende leveringen van levensmiddelen op de aanwezigheid van plaagdieren. Registreer de bevindingen in een logboek.
- • Controleer één keer per week de temperatuur van de gekoelde en diepgevroren opslag. Registreer de bevindingen in een logboek.
- • Dek voedsel af en voorzie producten van een houdbaarheidsdatum.
- • Zorg dat de oppervlakten waar voedselbereiding plaatsvindt schoon zijn.
- • Gebruik alleen materialen die glad en afwasbaar zijn.
- • Houd koelverse en diepgevroren producten zo kort mogelijk (maximaal 30 minuten) buiten de koeling of vriezer.
- • Verhit rauwe producten tot tenminste 75 °C in de kern of totdat deze gaar zijn. Uitzondering zijn hierbij de producten die geen interne besmetting hebben ondergaan zoals biefstuk. Deze producten moeten tot tenminste 45 °C worden verhit.
- • Koel producten terug binnen vijf uur tot een temperatuur van ten hoogste 7 °C.
- • Zorg dat het buffet, een service-line en/of saladebar is voorzien van ademschotten.
- • Dek producten waar mogelijk af.
- • Leg tangen, vorken of andere materialen bij het gerecht zodat de producten hiermee kunnen worden gepakt of opgeschept.
- • Sla producten op in afgesloten ruimten die beschermd zijn tegen verontreinigen van buitenaf.
- • Bewaar en serveer warme producten op een producttemperatuur van minimaal 60°C.
- • Bewaar en serveer koude gerechten op een producttemperatuur van ten hoogste 7 °C.
- • Voorzie de kombuis/keuken van een handenwasgelegenheid. Dit houdt in een plaats waar de handen kunnen worden gewassen.
- • Voorzie de handenwasgelegenheid van een zeepdispenser, handdoekjes voor eenmalig gebruik met een afvalbak of een handblower.
- • Voorzie de kombuis/keuken en andere ruimten waar levensmiddelen worden bereid en bewerkt van een handenwasgelegenheid die altijd beschikbaar is.
- • Zorg dat de handenwasgelegenheid is voorzien van een zeepdispenser, handdoekjes voor eenmalig gebruik met een afvalbak of een handblower.
- • Geef bij de handenwasgelegenheid aan dat deze handenwasgelegenheid alleen bestemd voor het wassen van de handen.
- • Plaats de handenwasgelegenheid op een makkelijk te bereiken plek.
- • Beschik over en werk volgens een schoonmaakprocedure met een bijbehorend schoonmaakschema.
- • Reinig de kombuis/keuken na afloop van de werkzaamheden en zorg dat er geen voedselresten achterblijven.
- • Beschik over een afvinklijst en vink hierop af wanneer de periodieke schoonmaak van het desbetreffende onderdeel is uitgevoerd.
- • Beschik over en gebruik een onderhoudsplan voor de kombuis/keuken.
- • Zorg dat de materialen schoon zijn.
- • Dek producten af en verpak producten zodanig dat plaagdieren niet worden aangetrokken.
- • Zorg voor en werk volgens een procedure voor de opslag en verwerking van afval.
- • Leeg afvalbakken tijdig zodat deze niet overvol zijn.
- • Noteer per ruimte welke onderdelen met welke frequentie gereinigd en gedesinfecteerd moeten worden en op welke wijze. Leg dit vast in een schoonmaakschema.
- • Noteer per ruimten welke onderdelen met welke frequentie vervangen moeten worden en/of een onderhoudsbeurt moeten ondergaan. Leg dit vast in een onderhoudsschema.
- • Zorg dat de inrichting van de kombuis/keuken en de opstelling van de apparatuur zodanig is, dat een goede reiniging mogelijk is en dat plaagdieren zich niet kunnen nestelen.
- • Zorg dat de vloer van de kombuis/keuken van ondoordringbaar, makkelijk te reinigen en niet absorberend materiaal is.
- • Zorg dat de oppervlakken en materialen in goede staat, glad en afwasbaar zijn. Voedselcontactplaatsen zijn naadloos en niet-toxisch2Toxische contactplaatsen voor voedsel zijn oppervlakken of materialen waarbij een chemische laag (zoals verf) aanwezig is..
- • Sluit en werk de kombuis/keuken zodanig af, dat de toegang voor plaagdieren is versperd.
- • Voer in de kombuis/keuken alleen werkzaamheden uit die gerelateerd zijn aan voedselbereiding.
- • Geef alleen geautoriseerd personeel toegang tot de voedselbereidingsruimte.
- • Voorzie de kombuis/keuken van koud en warm stromend drinkwater.
- • Gebruik bij de bereiding en bewerking van voedsel alleen drinkwater.
- • Zorg voor en gebruik een goedwerkende en onderhouden ventilatie- en afzuigvoorziening.
- • Voorkom zichtbare condens.
- • Zorg dat er in de kombuis/keuken zoveel licht aanwezig is, dat zowel de producten als de omgeving visueel beoordeeld kunnen worden op de aanwezigheid van vuil op of verontreinigingen in het voedsel.
- • Zorg dat de ruimte visueel schoon is en bouwtechnisch in een goede staat.
- • Zorg dat de ruimten en materialen van glad en ondoordringbaar materiaal zijn.
- • Bewaar voedsel op een afstand van minimaal ongeveer 15 cm van de vloer.
- • Zorg dat de houdbaarheidstermijn van de producten in de opslag (koelvers, diepvries en droge kruidenierswaren) niet overschreden wordt.
- • Zorg dat de producten / verpakkingen niet beschadigd of verontreinigd zijn.
- • Zorg dat de opslagruimte zodanig is dat er geen water kan binnendringen en geen verontreiniging kan optreden.
- • Dek producten af en verpak producten zodanig dat er geen verontreiniging door vreemde voorwerpen, stof, schadelijke dampen of ongewenste chemicaliën kan optreden.
- • Houd een duidelijke scheiding aan tussen de opslag van rauwe en bereide producten.
- • Voorzie elke koude opslagruimte (koelingen, vriezers, e.d.) van een thermometer.
- • Zorg dat er minimaal één voedselthermometer aanwezig is waarmee de temperatuur van producten kan worden gecontroleerd.
- • Bewaar gekoelde producten bij ten hoogste 4 °C.
- • Bewaar diepvriesproducten bij minimaal – 12 °C.
- • Controleer en registreer wekelijks de temperatuur van de opslagruimte.
- • Registreer afwijkingen van de norm met de bijbehorende genomen actie in het logboek en controleer of de genomen maatregelen effectief zijn.
- • Sla geen schoonmaakmaterialen of -middelen op in de opslagruimten voor voedsel.
- • Sla producten op in een schone, droge ruimte.
- • Voorzie producten van een houdbaarheidsdatum zodat de bewaartermijn kan worden bewaakt en wordt voorkomen dat producten bederven en andere producten besmetten.
- • Bewaar warme gerechten op een producttemperatuur van minimaal 60 °C.
- • Bewaar vlees en vleesproducten, vis en visproducten, eieren en eiproducten, zuivel en zuivelproducten op een producttemperatuur van ten hoogste 4 °C.
- • Bewaar groenten en fruit (onbewerkt) in een koele ruimte op een producttemperatuur tussen de 7 en 10 °C.
- • Bewaar diepvriesproducten op een producttemperatuur lager dan –12 °C.
- • Bewaar gekoelde producten niet langer dan 30 minuten bij een producttemperatuur van 7 °C of hoger.
- • Scherm het vrachtruim af tegen weersomstandigheden, inslag van water en het binnendringen van vectoren en plaagdieren. Ook bij een open vrachtruim dient de lading tegen deze factoren beschermd te zijn.
- • Controleer regelmatig en neem maatregelen indien er tekenen zijn van bederf, verontreiniging of de aanwezigheid van plaagdieren.
- • Zorg dat het ruim tijdens de inspectie zo veel mogelijk leeg is.
- • Sla materiaal in het ruim zodanig op dat een grondige inspectie niet wordt verhinderd.
- • Zorg dat het aanwezige ballastwater in een zodanige hoeveelheid is, dat een grondige inspectie niet wordt verhinderd.
- • Richt de bemanningsverblijven in volgens de eisen van de geldende ILO-conventie voor bemanningsverblijven C133-19703ILO-conventie voor bemanningsverblijven C133-1970http://www.ilo.org/ilolex/cgi-lex/convde.pl?C133.
- • Zorg dat de ruimten schoon zijn en goed onderhouden.
- • Controleer regelmatig op de aanwezigheid van plaagdieren en neem maatregelen indien er tekenen zijn van plaagdieren.
- • Zorg dat er in de bemanningsverblijven zoveel licht aanwezig is, dat de omgeving visueel beoordeeld kan worden op de aanwezigheid van vuil of plaagdieren.
- • Gebruik drinkwatertanks, slangen, kleppen en apparatuur die voor drinkwater bedoeld zijn, niet voor andere doeleinden dan voor drinkwater.
- • Voorzie drinkwaterleidingen van een markering die duidelijk herkenbaar is. Dit kan met een opschrift ‘drinkwater’ (in de werktaal op het schip) en/of middels kleurcode.
- • Zorg dat de drinkwatertank geen gemeenschappelijke wand heeft met tanks en leidingen die voor andere doeleinden dan drinkwater worden gebruikt.
- • Voorkom kruisbesmetting van het drinkwater door verontreiniging van de tank.
- • Gebruik voor de tank materialen die verontreiniging van het drinkwater niet mogelijk maken, zoals bijvoorbeeld roestvrij staal.
- • Zorg dat de omgeving van de drinkwatertank schoon is en vrij van plaagdieren.
- • Situeer de tank zodanig dat vervuiling door werkzaamheden of andere omgevingsfactoren niet mogelijk is. Leidingen anders dan drinkwaterleidingen, mogen niet door de tank lopen.
- • Plaats de tank op een zodanige manier in een ruimte opdat de temperatuur van het water niet boven de 20 °C komt.
- • Zorg dat er een inspectieluik is dat gebruikt kan worden voor inspectie, onderhoud en reiniging.
- • Controleer op aanwezigheid van roest, vuil of besmettelijke materialen en verwijder dit indien dit geconstateerd wordt.
- • Voorzie de tank van een aftappunt ten behoeve van de bemonstering van het water.
- • Toon aan dat het drinkwater zuiver is en niet vervuild.
- • Toon aan dat de controles van het drinkwater wordt geregistreerd in een hiervoor bestemd logboek.
- • Controleer en registreer na het innemen van water de hoeveelheid vrij chloor in het drinkwater. Neem corrigerende maatregelen indien er niet aan de norm wordt voldaan en controleer of de genomen maatregelen effectief zijn.
- • Noteer datum, tijdstip en locatie van inname van het drinkwater in een logboek.
- • Toon met behulp van de installatietekeningen aan dat er geen water terug kan stromen vanuit andere technische systemen naar het drinkwatersysteem. Dit kan middels het plaatsen van terugslagkleppen op relevante plaatsen of een ander dergelijk systeem dat de terugstroom van water voorkomt.
- • Controleer minimaal één keer per zes maanden de aanwezige terugslagkleppen op een juiste werking. Leg deze controle schriftelijk vast.
- • Zorg dat er een systeem aanwezig is dat het drinkwater zuivert en microbiële verontreinigingen verwijdert.
- • Toon middels een kwaliteitsrapport aan dat het drinkwater bij inname en tijdens opslag aan boord van voldoende kwaliteit is.
- • Leg in een procedure vast dat de eigen watercontroles worden uitgevoerd volgens de Standaardmethodes voor het Onderzoek van Water5Standaardmethodes voor het Onderzoek van Waterhttp://www.who.int/water_sanitation_health/dwq/gdwq2v1/en/index2.html.
- • Leg de uitkomsten van de eigen watercontroles vast in een logboek.
- • Controleer visueel of het water vervuild is en neem maatregelen indien er vervuiling aanwezig is. Controleer vervolgens of de genomen maatregelen effectief zijn geweest.
- • Voorkom terugstroming vanuit andere technische systemen naar het drinkwatersysteem door het plaatsen van terugslagkleppen of andere dergelijke systemen die de terugstroom van water verhinderen.
- • Leg in een procedure vast op welke wijze de kwaliteit wordt gewaarborgd bij de ontvangst van het water aan boord.
- • Leg controles van het water vast in een logboek. Toon aan dat er corrigerende maatregelen zijn genomen indien het water niet voldeed aan de norm.
- • Toon aan dat het innemen van water ten behoeve van zuivering aan boord alleen in schone gebieden6Onder schone gebieden wordt verstaan minimaal 12 zeemijl van land. In de praktijk houdt men tevens rekening met de waterdiepte en neemt men pas water in bij gebieden met een bodemdiepte van tenminste 200 meter.plaatsvindt en niet in havens of als het schip voor anker ligt.
- • Toon aan op welke wijze de veiligheid van het drinkwater wordt gegarandeerd.
- • Zorg dat de koppeling van de (vul)slang zodanig is dat de (vul)slangen alleen voor drinkwater kunnen worden gebruikt. Aansluiten van andere slangen mag niet mogelijk zijn.
- • Codeer de (vul)slangen die bestemd zijn voor drinkwater.
- • Zorg dat de riolering goed geconstrueerd en onderhouden, solide, lekdicht en geïsoleerd is van andere systemen.
- • Zorg dat de capaciteit van de riolering toereikend is.
- • Voorkom lekkages en het overlopen van de opslag.
- • Leg vast in welke gebieden er geloosd mag worden.
- • Voer de controle op de werking van de installatie voor de behandeling van het afvalwater uit volgens instructies van de fabrikant.
- • Plaats de ballastwaterkleppen in de ‘off’ stand.
- • Voorkom een onbedoelde of onbevoegde lozing van ballastwater.
- • Loos alleen ballastwater met toestemming van de havenautoriteit.
- • Werk volgens de eisen van de IHR en de International Convention on Control and Management of Ship Ballast Water and Sediments (momenteel nog niet van kracht).
- • Toon het formulier IMO 868-208Het Ballastwaterverdrag is nog niet werking getreden. Hierdoor is het momenteel nog niet mogelijk om dit formulier te tonen.en de toepasselijke scheepsregistraties.
- • Zorg dat de afvalopslagruimten/afvalcontainers voldoende zijn afgesloten voor plaagdieren.
- • Sla medisch afval op in een in een aparte afgesloten afvalbak.
- • Zorg dat er geen kruisbesmetting mogelijk is.
- • Sla afval op in speciaal hiervoor aangewezen containers en in de ruimten die alleen voor dit doel zijn aangewezen.
- • Zorg dat deze afvalruimten/voorzieningen afgesloten zijn en de toegang voor plaagdieren is verhinderd.
- • Markeer de afvalruimte/voorziening middels tekst of kleur zodat voor iedereen duidelijk is dat dit de afvalruimte/voorziening betreft.
- • Zorg dat er een scheiding is tussen de afvalruimte voor algemeen afval en medisch afval. Geef duidelijk aan welke ruimte voor welk afval is bestemd.
- • Verwijder medisch afval van boord volgens geldende nationale wet- en regelgeving9De nationale wet- en regelgeving op het gebied van afval zijn:–Besluit voorkoming verontreiniging schepen http://www.milieuom.nl/beslinwerkringtreding.pdf–Marpol 73/78: http://www.imo.org/Conventions/contents.asp?doc_id=678&topic_id=258–Wet Milieubeheer (Landelijk Afvalbeheer Plan (LAP) http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=WET%20MILIEUBEHEER–WIP richtlijnen Infectieus afval http://www.wip.nl.
- • Toon door middel van registraties en contracten met afvalverwerkingsbedrijven dat het afval veilig en legaal is verwijderd.
- • Toon aan dat er een afvalbeheersplan is.
- • Leg in het afvalbeheersplan vast op welke wijze het afval wordt opgeslagen en verwijderd en werk volgens dit plan.
- • Zorg dat dit afvalbeheersplan te allen tijde inzichtelijk is.
- • Controleer regelmatig de ruimten in en rond de reddingsboten, de spuigaten, de goten, de gangboorden en de luchtzuiveringsinstallatie op stilstaand water.
- • Verwijder stilstaand water indien aanwezig.
- • Controleer regelmatig de machinekamer, motorafdekking en zichtbaar isolatiemateriaal en neem maatregelen indien er tekenen zijn van de aanwezigheid van plaagdieren.
- • Zorg dat er een aparte ruimte aanwezig is waar zieke bemanningsleden kunnen worden onderzocht en/of behandeld. Dit kan een tijdelijk aangewezen ruimte zijn.
- • Voorzie de ruimte van voldoende verlichting.
- • Zorg dat de ruimte schoon is.
- • Bied voldoende privacy.
- • Onderhoud de apparatuur en werkmaterialen zodanig dat deze glad en afwasbaar zijn. Hierdoor is een goede reiniging mogelijk.
- • Onderhoud het instrumentarium periodiek en leg dit vast in een logboek. Reinig en indien nodig desinfecteer het instrumentarium na gebruik.
- • Zorg dat er een handenwasgelegenheid met vloeibare zeep en handdoeken voor eenmalig gebruik en een drinkwatervoorziening aangewezen is.
- • Registreer de medische handelingen die worden uitgevoerd.
- • Zorg dat de handleidingen van de medische apparatuur aanwezig zijn.
- • Zorg dat er een procedure is waarin staat vermeld op welke wijze extern medisch advies kan worden gevraagd.
- • Sla scherpe voorwerpen op in een goedgekeurde (bijv. UN gekeurd) naaldcontainer.
- • Sla medisch afval op in een aparte afgesloten afvalbak.
- • Zorg dat de apparatuur schoon is, geen gebreken vertoont, niet roestig is of beschadigd is.
- • Toon aan dat er een onderhoudsplan is voor de medische apparatuur en installaties.
- • Reinig en desinfecteer de apparatuur volgens aanwijzingen van de fabrikant.
- • Voorzie de medische ruimte van voldoende handenwasgelegenheden met een zeepdispenser, handdoekjes voor eenmalig gebruik met een afvalbak of een handblower.
- • Toon aan dat het medisch personeel getraind is in het verlenen van eerste hulp.
- • Laat alleen medicatie verstrekken door bevoegd en bekwaam personeel.
- • Registreer op een inventarisatielijst welke medicatie is verstrekt.
- • Zorg dat de houdbaarheidstermijn van de medicijnen niet overschreden wordt.
- • Sla medicatie op volgens voorschrift van de fabrikant.
- • Registreer ziekte van bemanningsleden.
- • Zorg dat het medisch personeel op de hoogte is van en toegang heeft tot het medisch logboek.
- • Noteer in een logboek welke ziekte er bij welke personen zijn behandeld en welke medicatie is gegeven.
- • Zorg dat het logboek te allen tijde inzichtelijk is tijdens een inspectie.
- • Hanteer in het logboek een taal die voor iedereen leesbaar is. Dit houdt in tenminste in een internationale taal.
- • Houd het logboek up to date.
- • Noteer in het logboek minimaal
- 1) datum eerste bezoek aan de medische dienst/afdeling, naam, leeftijd, geslacht van de patiënt;
- 2) of het een passagier of bemanningslid betreft;
- 3) de functie van het bemanningslid;
- 4) hutnummer;
- 5) datum en tijd aanvang ziekte;
- 6) symptomen van de ziekte;
- 7) notities van eventueel afgenomen monsters of andere eventueel ondernomen acties wanneer van toepassing.
- • Leg vast hoe te handelen wanneer een keukenmedewerker symptomen heeft van besmettelijke ziekte of andere medisch urgent probleem.
- • Toon aan dat de medewerkers op de hoogte zijn van de geldende afspraken.
- • Zorg dat medewerkers die symptomen van geelzucht, braken, diarree, misselijkheid, koorts, zichtbare infectieuze huidaandoeningen of zweren of uitvloed uit neus, ogen of oren hebben, niet werken in de kombuis/keuken.
- • Behandel de persoonlijke medische informatie vertrouwelijk.
- • Toon aan dat er afspraken zijn over het behandelen van vertrouwelijke persoonsgegevens.
- • Zorg dat de medewerkers van de medische dienst/afdeling op de hoogte zijn van de afspraken over het behandelen van vertrouwelijke persoonsgegevens.
- • Voldoe aan de eisen die zijn omschreven in de WHO richtlijnen over Safe Recreational Water Environments, Vol 2 Swimming pools, Spas and similar Recreational Water Environments – WHO 2004.
- • Stel een risicoanalyse op waarin is omschreven:
- – Het type zwembad;
- – De omgeving;
- – Het gedrag van de gasten;
- – Personele verantwoordelijkheid;
- – Helderheid van het water;
- – Mogelijke (micro)biologische gevaren;
- – Mogelijke chemische gevaren;
- – Mogelijke fysieke en fysische gevaren.
- • Stel aan de hand van de risicoanalyse een beheersplan op waarin staat omschreven hoe de risico’s worden beheerst. Hierin moet tenminste zijn opgenomen:
- – Periodieke controle waterkwaliteit;
- – Reiniging en desinfectie;
- – Onderhoudsplan;
- – Veiligheidsplan.
- • Plaats een terugstroombeveiliging in de aanvoerleiding van het zwembad of spa. Dit kan door middel van een luchtslot, terugslagklep of een vergelijkbaar systeem.
- • Desinfecteer het zeewater voordat dit wordt gebruikt als zwembadwater. Dit kan chemisch (chloor) of fysisch (U.V./filtratie) gebeuren. Desinfectie is niet nodig indien het zwembad of de whirlpool voorzien is van een zodanig goed functionerende doorstroomvoorziening met zeewater, dat bij de dagelijkse controles geen verontreiniging wordt aangetoond.
- • Controleer het water dagelijks op verontreinigingen (microbiologisch, fysisch en chemisch). Registreer de gevonden waarden in een logboek. Neem corrigerende maatregelen indien niet wordt voldaan aan de norm en controleer of de genomen maatregelen effectief zijn.
- • Voer onderhoud aan het zwembad uit volgens aanwijzing van de fabrikant. Registreer de onderhoudswerkzaamheden in het logboek.
- • Stel duidelijke (hygiëne)regels op met betrekking tot de aanwezigheid van dieren aan boord. Informeer de eigenaren van de aanwezige dieren over de aan boord geldende (hygiëne)regels.