Art. 90 Besluit Luchtverkeer BES, Algemene vliegvoorschriften
1. Een luchtvaartuig, waarvoor ingevolge dit hoofdstuk wordt uitgeweken, behoudt zijn oorspronkelijke koers en snelheid. Indien dit luchtvaartuig zich te dicht bevindt bij het luchtvaartuig dat uitwijkt, neemt eerstgenoemd luchtvaartuig, indien botsing door laatstgenoemd luchtvaartuig alléén niet meer kan worden vermeden, eveneens maatregelen, die kunnen bijdragen tot het voorkomen van botsingen.
2. Een luchtvaartuig, dat ingevolge dit hoofdstuk uitwijkt voor een ander luchtvaartuig, mag niet boven, onder of vóór dat luchtvaartuig langs gaan, tenzij het daarbij op ruime afstand blijft.