Art. 111 Besluit Luchtverkeer BES, Gecontroleerde vluchten
1. Tijdens het uitvoeren van een gecontroleerde vlucht, wordt voortdurend op de aangewezen radio-frequentie geluisterd en zonodig een tweezijdige radioverbinding tot stand gebracht met de betrokken luchtverkeersleidingsdienst.
2. Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor vluchten, die deel uitmaken van het luchtvaartterreinverkeer van een gecontroleerd luchtvaartterrein, voor zover door de Minister ontheffing is verleend.
3. Een ontheffing kan onder beperkingen worden verleend.