Art. 91 Arbeidsveiligheidsbesluit I BES, Het voorkomen van ongevallen

Arbeidsveiligheidsbesluit I BES

1. Een trap waarvan de breedte 1.20 m of meer bedraagt, moet aan beide zijden en alle overige trappen moeten tenminste aan een zijde van een doelmatige en stevige leuning zijn voorzien, tenzij bijzondere omstandigheden dit beletten, in welk geval een stevig traptouw moet zijn aangebracht.

2. Zo nodig moet een trap, waarvan de breedte 2 m of meer bedraagt, tevens in het midden van de breedte van een stevige leuning zijn voorzien.

3. Een loopplank moet voldoende breed zijn en vastliggen en gewaarborgd zijn tegen kantelen, wippen, dompen, breken en te sterk doorbuigen.