Bijlage 3 Regeling amateurradiozendexamens BES: behorende bij de Regeling amateurradiozendexamens BES
Regeling amateurradiozendexamens BES
Kennis van de wetgeving van het openbaar lichaam betreffende radioamateurs, alsmede kennis van de internationale voorschriften op telecommunicatie-gebied, voorzover deze betrekking hebben op radioamateurs. Nationale en internationale gebruiksregels en procedures (V = vraag; A = antwoord) QRK V: Wat is de neembaarheid van mijn signalen? A: De neembaarheid van uw signaal is ... QRM V: Wordt u gestoord? A: Ik word gestoord. QRN V: Heeft u last van luchtstoring? A: Ik heb last van luchtstoring. QRO V: Zal ik het zendvermogen verhogen? A: Verhoog zendvermogen. QRP V: Zal ik mijn zendvermogen verminderen? A: Verminder zendvermogen. QRS V: Zal ik de seinsnelheid verlagen? A: Verlaag seinsnelheid. QRT V: Zal ik ophouden? A: Houd op. QRV V: Bent u beschikbaar? A: Ik ben beschikbaar. QRX V: Op welk tijdstip zult u mij weer oproepen? A: Ik zal om ..... uur weer roepen. QRZ V: Door wie ben ik geroepen? A: U wordt geroepen door..... QSB V: Verandert de sterkte van mijn signaal? A: De sterkte van uw signaal verandert. QSL V: Wilt u mij de ontvangst bevestigen? A: ik bevestig u de ontvangst. QSO V: Kunt u rechtstreeks met ..... werken? A: Ik kan rechtstreeks met ..... werken. QSY V: Zal ik op een andere frequentie gaan zenden? A: Ga op een andere frequentie zenden. QTH V: Wat is uw positie? A: Mijn positie is ..... AR 1 wordt bij morse aaneengesloten geseind Internationale noodsignalen, noodverkeer en communicatie bij rampenEinde uitzending of bericht. BK Teken om een lopende uitzending te onderbreken CQ Algemene oproep aan alle stations CW Onderbroken draaggolf DE Van, gebruikt om de roepletters van het opgeroepen en het oproepende station te scheiden K Uitnodiging om te zenden MSG Bericht PSE Alstublieft RST Leesbaarheid, signaalsterkte, toonkwaliteit R Ontvangen RX Ontvanger TX Zender UR Uw VA1 wordt bij morse aaneengesloten geseind Internationale noodsignalen, noodverkeer en communicatie bij rampen Einde verbinding, sluiten station (alleen opbouw, richteigenschappen en polaris
- – Het internationale spellingsalfabet.
- – In de radiotelegrafie ...---... en in de radiotelefonie ‘MAYDAY’.
- – Geleider, halfgeleider en isolator.
- – Stroomsterkte, spanning en weerstand.
- – De eenheden ampere, volt en ohm.
- – De wet van ohm.
- – Elektrisch vermogen.
- – De eenheid watt.
- – Serieschakeling van spanningsbronnen.
- – Serie- en Parallelschakeling van spanningsbronnen.
- – Radiogolven als elektromagnetische golven.
- – Polarisatie.
- – De grafische voorstelling in de tijd.
- – Frequentie.
- – De eenheid hertz.
- – Audiosignaal.
- – Digitaal signaal.
- – De grafische voorstelling in de tijd.
- – Amplitude modulatie.
- – Enkelzijbandmodulatie.
- – Frequentiemodulatie.
- – Draaggolf, zijband en bandbreedte.
- – Gelijkstroom- ingangsvermogen.
- – Hf-uitgangsvermogen.
- – Weerstand.
- – De eenheid ohm.
- – Vermogendissipatie.
- – Kleurcode.
- – Capaciteit.
- – De eenheid farad.
- – Gebruik van vaste en variabele condensatoren: lucht-, mica-, kunststof-, keramische en elektrolytische condensatoren.
- – Zelfinductie.
- – De eenheid henry
- – Transformatoren.
- – Gelijkrichtdiode.
- – Zenderdiode.
- – Transistor (toepassing als versterker).
- – Transistor (toepassing als oscillator).
- – Serie- en parallelschakelingen van weerstanden en condensatoren.
- – Seriekring en parallelkring:
- – Frequentiekarakteristiek;
- – Impedantie;
- – Resonantie frequentie.
- – Laagdoorlatende, hoogdoorlatende, banddoorlatende en bandoperende filters, opge-bouwd uit passieve elementen (alleen toepassing en gebruik).
- – Enkel superheterodyne ontvanger.
- – Rechtuit- ontvanger.
- – AM-ontvanger (A3E).
- – FM-ontvanger (F3E).
- – CW-ontvanger (A1A).
- – EZB-ontvanger(J3E).
- – HF-versterker.
- – Oscillator (vast en variabel).
- – Mengtrap.
- – Middenfrequentversterker.
- – Detector.
- – Zwevings-oscillator (BFO).
- – Lf-versterker.
- – Automatische versterkingsregeling.
- – Voeding.
- – Ruisonderdrukker squelch (alleen doel).
- – FM-zender (F3E).
- – CW-zender (A1A).
- – EZB-zender(J3E).
- – Mengtrap.
- – Oscillator (kristal en VFO).
- – Scheidingstrap.
- – Stuurtrap.
- – Frequentievermenigvuldiger.
- – Vermogensversterker.
- – Uitgangsfilter. (Pi-filter).
- – Frequentiemodulator.
- – EZB-modulator.
- – EZB-filter.
- – Voeding.
- – Frequentiestabiliteit.
- – Hf-bandbreedte.
- – Lf-bandbreedte.
- – Zijbanden.
- – Uitgangsvermogen.
- – Ongewenste Hf-uitstralingen.
- – Harmonischen.
- – Halvegolfantenne met voeding in het midden.
- – Antenne met voeding aan het einde.
- – Kwartgolf verticale antenne (groundplane).
- – Antenne met parasitaire elementen (Yagi).
- – Opbouw en gebruik van open lijn en coaxiale kabel.
- – Voor- en nadelen van open lijn en coaxiale kabel.
- – Antenne aanpassingseenheid (alleen doel).
- – Ionosfeerlagen en het effect op de HF-propagatie.
- – Fading.
- – Troposfeer.
- – De invloed van de zonnevlekkencyclus op de communicatie.
- – De invloed van de meteorologische omstandigheden op de VHF/UHF-propagatie.
- – HF, VHF, UHF frequentiegebieden
- – Gelijk- en wisselspanning.
- – Gelijk- en wisselstromen.
- – Weerstand.
- – Gelijkstroom- en hoogfrequentvermogen.
- – Frequentie.
- – Resonantiefrequentie.
- – Universeelmeter (analoog en digitaal).
- – Staandegolfmeter.
- – Frequentieteller.
- – Absorptiefrequentiemeter.
- – Dipmeter.
- – Kunstantenne (dummy load).
- – Interferentie met het gewenste signaal (TV, VHF en omroep).
- – Laagfrequentdetectie.
- – Veldsterkte van de zender.
- – Ongewenste uitstraling van de zender (parasitaire uitstraling, harmonischen).
- – Ongewenste beïnvloeding van de gestoorde apparatuur:
- – via de antenne-ingang;
- – via andere aangesloten leidingen (netsnoer, luidsprekersnoer e.d);
- – door directe instraling.
- – Filteren in het amateurstation.
- – Filteren bij de gestoorde apparatuur.
- – Ontkoppelen.
- – Afscherming.
- – Afstand tussen zendantenne en radio-/TV-antenne.
- – Vermijden van het gebruik van eindgevoede antennes.
- – Minimum vermogen.
- – Goede hf-aarding.
- – Sociale aspecten (goede relatie met de buren).
- – De gevolgen van elektrische schok.
- – Voorzorgsmaatregelen tegen elektrische schok.
- – Verschil tussen fase, nul en aarde (kleurcode).
- – Het belang van goede aardverbindingen.
- – Snelle en trage veiligheden, waarden van veiligheden.
- – Geladen condensatoren.
- – Hoge spanningen.
- – Gevaar.
- – Bescherming.
- – Uitvoering van aarding.