Bijlage 2 Regeling amateurradiozendexamens BES: behorende bij de Regeling amateurradiozendexamens BES
Regeling amateurradiozendexamens BES
I. Kennis van de wetgeving van het openbaar lichaam betreffende radioamateurs, alsmede kennis van de internationale voorschriften op telecommunicatiegebied, voorzover deze betrekking hebben op radioamateurs. Nationale en internationale gebruikregels en procedures (V = vraag; A = antwoord) QRK V: Wat is de neembaarheid van mijn signalen? A: De neembaarheid van uw signaal is ... QRM V: Wordt u gestoord? A: Ik word gestoord. QRN V: Heeft u last van luchtstoring? A: Ik heb last van luchtstoring. QRO V: Zal ik het zendvermogen verhogen? A: Verhoog zendvermogen. QRP V: Zal ik mijn zendvermogen verminderen? A: Verminder zendvermogen. QRS V: Zal ik de seinsnelheid verlagen? A: Verlaag seinsnelheid. QRT V: Zal ik ophouden? A: Houd op. QRV V: Bent u beschikbaar? A: Ik ben beschikbaar. QRX V: Op welk tijdstip zult u mij weer oproepen? A: Ik zal om ..... uur weer roepen. QRZ V: Door wie ben ik geroepen? A: U wordt geroepen door..... QSB V: Verandert de sterkte van mijn signaal? A: De sterkte van uw signaal verandert. QSL V: Wilt u mij de ontvangst bevestigen? A: ik bevestig u de ontvangst. QSO V: Kunt u rechtstreeks met ..... werken? A: Ik kan rechtstreeks met ..... werken. QSY V: Zal ik op een andere frequentie gaan zenden? A: Ga op een andere frequentie zenden. QTH V: Wat is uw positie? A: Mijn positie is ..... AR Einde uitzending of bericht. BK Teken om een lopende uitzending te onderbreken CQ Algemene oproep aan alle stations CW Onderbroken draaggolf DE Van, gebruikt om de roepletters van het opgeroepen en het oproepende station te scheiden K Uitnodiging om te zenden MSG Bericht PSE Alstublieft RST Leesbaarheid, signaalsterkte, toonkwaliteit R Ontvangen RX Ontvanger TX Zender UR Uw VA Einde verbinding, sluiten station Internationale noodsignalen, noodverkeer en communicatie bij rampen -In de radiotelegrafie ...---... en in de radiotelefonie ‘MAYDAY’. De transistor in: Het meten van: Het meten met: Voorzieningen ter voorkoming van en opheffing van storingen: Treedt in werkin
- – Het internationale spellingsalfabet.
- – Geleider, halfgeleider en isolator.
- – Stroomsterkte, spanning en weerstand.
- – De eenheden ampere, volt en ohm.
- – De wet van ohm.
- – De wetten van Kirchhoff.
- – Elektrisch vermogen.
- – De eenheid watt.
- – Elektrische energie
- – De eenheid wattseconde.
- – Capaciteit van een batterij (Ampere-uur).
- – Spanningsbron, bronspanning (EMK), kortsluitstroom, inwendige weerstand en klemspanning.
- – Serie- en Parallelschakeling van spanningsbronnen.
- – Elektrische veldsterkte.
- – De eenheid volt per meter.
- – Afscherming van elektrische velden.
- – Magnetisch veld om stroomvoerende geleider.
- – Afscherming van magnetische velden.
- – Geleider voor een magnetisch veld (Ijzer en ferroxcube).
- – Radiogolven als elektromagnetische golven.
- – De voortplantingssnelheid en het verband hiervan met de frequentie en de golf-lengte.
- – Polarisatie.
- – De grafische voorstelling in de tijd.
- – De momentele waarde, amplitude, effectieve waarde en de gemiddelde waarde.
- – Periode en periodeduur.
- – Frequentie.
- – De eenheid hertz.
- – Faseverschil.
- – Audiosignaal.
- – Bloksignaal.
- – De grafische voorstelling in de tijd.
- – Gelijkspanningscomponent, grondgolf en zijn harmonischen.
- – Amplitude modulatie.
- – Enkelzijbandmodulatie.
- – Fase en frequentiemodulatie.
- – Frequentiezwaai en modulatie index.
- – Draaggolf, zijbanden en bandbreedte.
- – Golfvorm.
- – Het vermogen van sinusvormige signalen
- – Vermogenverhoudingen die overeenkomen met de volgende dB-waarden: 0 dB, 3 dB, 6 dB, en 10 DB en 20dB (zowel positief als negatief).
- – De vermogensverhouding in dB bij het achter elkaar schakelen van versterkers en/of verzwakkers.
- – Aanpassing (maximale vermogensoverdracht).
- – De relatie tussen ingangsvermogen, uitgangsvermogen en rendement.
- – Peak Envelope Power (PEP).
- – Weerstand.
- – De eenheid ohm.
- – De relatie tussen weerstandswaarde, soortelijke weerstand, diameter en lengte van een draad.
- – Stroom-spanningkarakteristiek.
- – Vermogendissipatie.
- – Positieve en negatieve temperatuurcoëfficient (PTC en NTC).
- – Capaciteit.
- – De eenheid farad.
- – De relatie tussen capaciteit, afmetingen en diëlektricum.
- – De reactantie.
- – Faseverschil tussen stroom en spanning.
- – Eigenschappen van vaste en variabele condensatoren: lucht-, mica-, kunststof-, keramische en elektrolytische condensatoren.
- – Temperatuurcoëfficient.
- – Lekstroom.
- – Zelfinductie.
- – De eenheid henry
- – Het effect van aantal windingen, diameter, lengte en kernmateriaal op de zelfinduc-tie.
- – De reactantie.
- – Faseverschil tussen stroom en spanning.
- – Q-factor.
- – Huideffect (Skin effect).
- – Verliezen in kernmateriaal
- – Ideale transformator
- – De relatie tussen wikkelverhouding en:
- – spanningsverhouding
- – stroomverhouding
- – impedantieverhouding.
- – Toepassing van transformatoren
- – Gebruik en toepassing van diodes:
- – Gelijkrichtdiodes, zenerdiode, LED, varicap;
- – Doorlaatstroom, temperatuur en vermogendissipatie;
- – Sperspanning en lekstroom.
- – Stroom en spanning karakteristiek van gelijkrichtdiode en zenerdiode.
- – PNP en NPN transistor.
- – Stroomversterking;
- – De U-ce I-c karakteristiek.
- – Veldeffecttransistor (N-kanaal en P-kanaal, J-Fet).
- – De weerstand tussen gate en source;
- – De I-d U-ds karakteristiek;
- – De I-d U-gs karakteristiek;
- – gemeenschappelijke emitter (source) schakeling;
- – gemeenschappelijke basis (gate) schakeling;
- – gemeenschappelijke collector (drain) schakeling.
- – In- en uitgangsimpedantie van bovengenoemde schakelingen.
- – Instelmethode
- – Eenvoudige digitale schakelingen:
- – EN en OF schakeling (AND en OR);
- – Niet schakeling (Inverter);
- – NEN en NOF schakeling (NAND en NOR);
- – Combinaties van ten hoogste vier van bovengenoemde schakelingen met ten hoog-ste vier ingangsvariabelen.
- – Eenvoudige buizen (triode en pentode).
- – De i-a u-g karakteristiek;
- – De i-a u-a karakteristiek;
- – Steilheid;
- – Anode-roostercapaciteit.
- – Serie en parallelschakelingen van weerstanden, spoelen, condensatoren, transforma-toren en dioden.
- – Stromen en spanningen in deze schakelingen.
- – Impedantie van deze schakelingen
- – Seriekring en parallelkring:
- – Impedantie;
- – Frequentiekarakteristiek;
- – Resonantie frequentie;
- – Kwaliteitsfactor van een afgestemde kring;
- – Bandbreedte;
- – Bandfilter;
- – Laagdoorlatende, hoogdoorlatende, banddoorlatende en band sperrende filters, op-gebouwd uit passieve, elementen, kantelfrequentie.
- – Frequentiekarakteristiek.
- – Pi filter en T-filter (impedantietransformatie).
- – Kwartskristal.
- – Schakelingen voor enkel en dubbelzijdige gelijkrichting en de bruggelijkrichter.
- – Afvlakschakelingen.
- – Stabilisatieschakelingen in een laagspanningsvoedingen.
- – Lf- en hf-versterker.
- – Operationele versterker (Opamp)
- – Versterkingsfactor.
- – Amplitude-frequentiekarakteristiek en bandbreedte.
- – Instelling in klasse A, A/B, B en C.
- – Harmonischen (niet lineaire vervorming).
- – Tegenkoppeling.
- – AM-detectoren.
- – Diode-detector.
- – Produkt-detector.
- – CW/EZB-detectoren.
- – FM-Detectoren.
- – Flankdetectoren
- – Foster-Seely-detector
- – Factoren die de frequentie en frequentiestabiliteit bepalen.
- – Oscilleervoorwaarden.
- – LC oscillator.
- – Kristaloscillator, overtone-oscillator.
- – Regellus met fasevergelijkschakeling.
- – Regellus met instelbaar deeltal.
- – Filter in de regellus.
- – Enkel en dubbelsuperheterodyne ontvanger.
- – CW ontvanger (A1A).
- – AM ontvanger (A3E).
- – EZB ontvanger (J3E)
- – FM ontvanger (F3E).
- – HF-versterker.
- – Oscillator (vast en variabel).
- – Mengtrap.
- – Middenfrequentversterker.
- – Begrenzer.
- – Detector.
- – Interferentie-oscillator (BFO).
- – Kristalcalibrator.
- – LF-versterker.
- – Automatische versterkerregeling.
- – S-meter.
- – Squelch.
- – Nabijselectiviteit.
- – Verafselectiviteit.
- – Gevoeligheid.
- – Signaal/ruisverhouding.
- – Stabiliteit.
- – Spiegelfrequentie.
- – Intermodulatie; kruismodulatie.
- – Zender met of zonder frequentietransformatie.
- – Frequentievermenigvuldiging.
- – CW-zender (A1A).
- – EZB-zender (J3E).
- – FM-zender (F3E).
- – Mengtrap.
- – Oscillator.
- – Scheidingstrap.
- – Stuurtrap.
- – Frequentievermenigvuldiger.
- – Vermogensversterker.
- – Uitgangsfilter. (Pi-filter).
- – Frequentiemodulator.
- – Lf-begrenzer.
- – EZB modulator.
- – Phase-modulator.
- – Kristal filter.
- – Frequentiestabiliteit.
- – Hf-bandbreedte.
- – Zijbanden.
- – Lf-bandbreedte.
- – Niet-lineariteit.
- – Uitgangsimpedantie.
- – Uitgangsvermogen.
- – Rendement.
- – Frequentiezwaai.
- – Modulatie-index.
- – Sleutelklikken en chirps.
- – Ongewenste hf-uitstralingen.
- – Kaststraling.
- – Halvegolfantenne met voeding in het midden.
- – Halvegolfantenne met voeding aan het einde.
- – Gevouwen dipool.
- – Kwartgolf verticale antenne (groundplane).
- – Antenne met parasitaire elementen (Yagi).
- – Paraboolantenne.
- – Dipool met filters (traps).
- – Stroom- spanningsverdeling.
- – Impedantie in het voedingspunt.