Art. 68 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES, Gewoon geding in eerste aanleg
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. De rechter doet het onderzoek een aanvang nemen door de partijen, haar vertegenwoordigers, gemachtigden en raadslieden af te vragen hun namen, voornamen, beroepen en woonplaatsen. De verschenen partijen, vertegenwoordigers en gemachtigden worden door hem ondervraagd.
2. Het onderzoek wordt onafgebroken voortgezet behoudens de gevallen waarin de wet onderbreking toelaat.