Art. 19 Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES, De raad van beroep
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
1. De leden en de leden-plaatsvervangers van de raad worden bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie benoemd voor een tijdvak van zes jaren en zijn bij hun aftreden terstond herbenoembaar.
2. Op hun verzoek wordt hun voor het verstrijken van evengenoemd tijdvak bij koninklijk besluit op gezamenlijke voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Onze Minister van Justitie ontslag verleend.