Art. 7 Regeling integriteit financiële markten BES, Betrouwbaarheid en deskundigheid

Regeling integriteit financiële markten BES

De toezichtautoriteit neemt bij de vaststelling, bedoeld in artikel 4, in aanmerking:

a. het onderlinge verband tussen de aan een antecedent ten grondslag liggende gedraging of gedragingen en de overige omstandigheden van het geval;

b. de belangen die de Wet toezicht bank- en kredietwezen 1994 BES, de Wet toezicht trustwezen BES, de Wet toezicht verzekeringsbedrijf BES, de Wet assurantiebemiddelingsbedrijf BES en de Wet toezicht beleggingsinstellingen en administrateurs BES beogen te beschermen; en

c. de overige belangen van de instelling of verzekeraar en de betrokkene.