Art. 37b Wet beginselen gevangeniswezen BES, Tucht, controle, geweldgebruik en maatregelen in verband met de veiligheid, orde en strafvordering
Wet beginselen gevangeniswezen BES
1. De gedetineerde onthoudt zich van gedragingen die onverenigbaar zijn met de veiligheid, orde, goede gang van zaken en tucht.
2. Als onverenigbaar met de veiligheid, orde, goede gang van zaken en tucht wordt in ieder geval beschouwd:
a. het zich gedragen in strijd met het bij of krachtens enig wettelijk voorschrift bepaalde;
b. het roken in een werkplaats zonder toestemming van de chef daarvan;
c. het gebruik van onzedelijke of opruiende taal;
d. het verstoren van de rust;
e. het om geld spelen;
f. het bij zich hebben van andere middelen om vuur te maken dan een aansteker of lucifers;
g. het verhandelen, verruilen, lenen of weggeven van goederen tussen gedetineerden;
h. het aanwezig hebben of gebruiken van alcoholhoudende drank;
i. het zich bevinden elders dan in de aangewezen celruimtes, afdelingen, werkplaatsen en andere ruimten;
j. het veroorzaken van of deelnemen aan ongeregeldheden;
k. het pogen zich te onttrekken aan de vrijheidsbeneming.