Art. 210 Mijnbesluit BES, Van de gevolgen van het stellen van zekerheid en de tijdelijke beschikking over den grond ten behoeve van mijnbouwkundige opsporingen
Wanneer de rechthebbenden op den grond en (of) derde belanghebbende weigeren den grond in gebruik te geven, nadat de partij, aan wie door den rechter machtiging tot tijdelijke beschikking over den grond is verleend, de door den rechter bepaalde som als zekerheid ter griffie heeft gestort en de daarvan ingevolge het derde lid van art. 190 opgemaakte akte aan eerstgenoemden heeft doen beteekenen, kunnen zij met inachtneming van het bepaalde in art. 211 tot ontruiming van den grond genoodzaakt worden.