Art. 339 Wetboek van Strafrecht BES, Bedrog
1. Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, hetzij door het aannemen van een valsche naam of van een valsche hoedanigheid, hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van eenig goed of tot het aangaan van eene schuld of het tenietdoen van eene inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
2. Indien het feit wordt gepleegd met het oogmerk om een terroristisch misdrijf voor te bereiden of gemakkelijk te maken, wordt de op het feit gestelde gevangenisstraf met een derde verhoogd.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 20 juni 2018, ECLI:NL:OGHACMB:2018:293
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 3 juli 2025, ECLI:NL:OGEABES:2025:175
- Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 22 maart 2019, ECLI:NL:OGEABES:2019:27