Art. 116 Wetboek van Strafrecht BES, Misdrijven tegen de Koninklijke waardigheid
Elke feitelijke aanranding van den persoon van den troonopvolger, van een lid van het Koninklijk huis, of van den Regent, die niet valt in eene zwaardere strafbepaling, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.