Art. 40 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, Het openbaar ministerie

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

1. Het openbaar ministerie is bevoegd alle op een zaak betrekking hebbende en aan de rechter kenbaar gemaakte boeken, bescheiden en andere gegevensdragers in te zien of voorwerpen te onderzoeken en op elke terechtzitting tegenwoordig te zijn.

2. Blijkt van feiten of omstandigheden die een ernstig vermoeden doen rijzen dat een misdrijf is gepleegd, dan kan de rechter daarvan een proces-verbaal doen opmaken dat door hem en de griffier wordt ondertekend. De griffier doet het proces-verbaal toekomen aan het openbaar ministerie.

3. Het openbaar ministerie kan op verzoek van de rechter of een partij boeken, bescheiden of andere gegevensdragers, waarover het beschikt, in de procedure brengen. Indien een zodanig verzoek niet wordt ingewilligd, wordt het gemotiveerd.