Art. 226 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, Het kort geding
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES
1. In alle spoedeisende zaken waarin, gelet op de belangen van partijen, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt vereist, wendt de belanghebbende partij zich tot de rechter in eerste aanleg met het verzoek om in die zaak zo spoedig mogelijk een beslissing bij voorraad te geven.
2. Tenzij de partijen vrijwillig zijn verschenen, beveelt de rechter in eerste aanleg de oproeping van de wederpartij op een door hem bepaalde dag en uur; bij grote spoed ’s zondags ingesloten.
3. De rechter in eerste aanleg kan tevens gelasten dat de terechtzitting op een andere plaats dan in het gerechtsgebouw wordt gehouden.