Art. 118 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES, De rechtsingang, de verweren en het voldingen van de zaak

Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

De rechter in eerste aanleg is bevoegd om, indien hij dit voor de goede en geregelde gang van zaken nodig acht, partijen bij de behandeling van de zaak de nodige voorlichting te geven, hen te ondervragen en zelfs opmerkzaam te maken op de rechts- en bewijsmiddelen, die zij kunnen aanwenden.